Juristi.nl

Navorderingsaanslagen inkomstenbelasting 2012-2015 blijven in stand — HR:2026:557

navorderingsaanslagen inkomstenbelasting

Eiser / verzoeker

[X] (belanghebbende)

Verweerder / gedaagde

Staatssecretaris van Financiën

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond, waarmee de navorderingsaanslagen inkomstenbelasting over 2012-2015 definitief in stand blijven.

  • Navorderingsaanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over de jaren 2012 tot en met 2015
  • Hoge Raad past artikel 81 RO toe: geen motiveringsplicht nu de zaak geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevat

Samenvatting

Een belastingplichtige heeft tevergeefs geprobeerd bij de Hoge Raad navorderingsaanslagen inkomstenbelasting over de jaren 2012 tot en met 2015 van tafel te krijgen. De zaak draait om aanslagen die de Belastingdienst achteraf heeft opgelegd voor een periode van vier jaar.

De procedure begon bij de Rechtbank Gelderland, die de bezwaren van de belastingplichtige ongegrond verklaarde. Daarna stapte de belastingplichtige naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, dat in februari 2024 evenmin meegaf in de argumenten van de belastingplichtige. Als laatste redmiddel werd cassatie ingesteld bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft de klachten tegen de hofuitspraak beoordeeld, maar concludeert dat deze niet kunnen leiden tot vernietiging van het arrest. De hoogste belastingrechter past daarbij artikel 81 van de Wet op de rechterlijke organisatie toe, een bepaling die de Hoge Raad toestaat om een uitspraak zonder uitvoerige motivering in stand te laten wanneer de zaak geen rechtsvragen bevat die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Dit betekent dat de navorderingsaanslagen over alle vier de jaren definitief in stand blijven. De belastingplichtige krijgt ook geen vergoeding van de proceskosten voor de cassatieprocedure.

Betrokken advocaten

mr. A.T.P. Nefkens

belanghebbende

benn; fiscale advocatuur, NIJMEGEN

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

2 april 2026

Instantie

Hoge Raad

Zaaknummer

24/01375

Procedure

Artikel 81 RO-zaken

ECLI

ECLI:NL:HR:2026:557

Bekijk op rechtspraak.nl