ECLI:NL:HR:2026:70, Hoge Raad, 20-01-2026, 23/02613 — HR:2026:70
Samenvatting
Medeplegen aanwezig hebben van cocaïne en heroïne (art. 2.C Opiumwet), medeplegen voorbereidingshandelingen t.a.v. productie van cocaïne en heroïne (art. 10a.1.3 Opiumwet) en medeplegen voorhanden hebben van vuurwapens en munitie (art. 26.1 WWM) in pand in Rotterdam. Inhoud van p-v van tz. in hoger beroep, art. 326 Sv. Is onderzoek ttz. in h.b. onvolledig, nu uit pleitnota blijkt dat méér naar voren is gebracht dan in p-v van tz. is vermeld? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 23/02479.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:HR:2025:1926, Hoge Raad, 16-12-2025, 23/02932
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2025:847, Hoge Raad, 10-06-2025, 23/00312
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2025:359, Hoge Raad, 11-03-2025, 24/00579
Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:HR:2024:1821, Hoge Raad, 10-12-2024, 22/01091
Hoge Raad · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
20 januari 2026
Instantie
Hoge RaadRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
23/02613
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:70