Raad verwerpt beroep Arubaanse ambtenares tegen uitgestelde bevordering — OGAACMB:2026:13
ambtenarenrecht / bevordering bij langdurige arbeidsongeschiktheid
Eiser / verzoeker
Appellante (ambtenares in dienst van het Land Aruba)
Verweerder / gedaagde
De Gouverneur van Aruba
Het hoger beroep is ongegrond verklaard; de bevorderingsdatum van de ambtenares blijft vastgesteld op 1 augustus 2021.
- Het '90-dagenbeleid' kwalificeert als een vaste gedragslijn, niet als een formele beleidsregel; publicatie is geen vereiste voor toepassing.
- Een niet-gepubliceerde gedragslijn verplicht het bestuursorgaan wel tot een volledige motivering per besluit over de inhoud en toepassing ervan.
- Bij 297,5 ziektedagen in de anciënniteitsperiode is uitstel van de bevordering met 207,5 dagen (boven de 90-dagenvrijstelling) rechtmatig toegepast.
- De Raad beveelt de gouverneur aan de gedragslijn alsnog schriftelijk vast te leggen en extern te publiceren vanwege rechtszekerheid en kenbaarheid.
Samenvatting
Een ambtenares in dienst van het Land Aruba stapte naar de rechter omdat haar bevordering naar de rang van hoofdklerk later inging dan zij verwacht had. In plaats van op 1 januari 2021 werd haar bevordering vastgesteld op 1 augustus 2021 — een uitstel van ruim zeven maanden. De oorzaak: zij was tijdens de vereiste anciënniteitsperiode van vier jaar (2017–2021) in totaal bijna driehonderd dagen ziek geweest.
De Gouverneur van Aruba hanteert bij langdurige ziekteverzuim een vaste werkwijze, die in de praktijk bekendstaat als het '90-dagenbeleid'. Die werkwijze houdt in dat bij een positieve beoordeling het aantal ziektedagen dat boven de negentig uitkomt, wordt afgetrokken van de bevorderingsdatum. Omdat de ambtenares 297,5 dagen afwezig was geweest, werd haar bevordering uitgesteld met 207,5 dagen — wat neerkwam op 1 augustus 2021.
De ambtenares bestreed dit met de redenering dat het 90-dagenbeleid nooit rechtsgeldig in werking was getreden. Omdat het beleid niet schriftelijk was vastgelegd en niet officieel was gepubliceerd, kon het volgens haar niet als grondslag dienen voor het uitstellen van haar bevordering. Ze onderscheidde zich daarmee van eerdere vergelijkbare zaken: zij stelde dat de gouverneur in haar geval geen vaste gedragslijn maar formeel beleid had toegepast, en dat dit beleid wegens ontbrekende publicatievereisten nietig was.
De Raad van Beroep gaat daarin niet mee. Het onderscheid dat de ambtenares maakt tussen een 'vaste gedragslijn' en 'beleid in juridische zin' is volgens de Raad niet doorslaggevend. Dat de gouverneur en de Raad zelf spreken van '90-dagenbeleid' maakt het nog niet tot een formele beleidsregel. Wat telt, is de inhoudelijke kwalificatie: de gouverneur volgt simpelweg een consistente praktijk bij vergelijkbare gevallen, en dat is een vaste gedragslijn. Die hoeft niet schriftelijk te worden vastgesteld of gepubliceerd om te kunnen worden toegepast.
Wel heeft het ontbreken van schriftelijke vastlegging een consequentie: de gouverneur kan bij een beslissing niet volstaan met een simpele verwijzing naar het beleid, maar moet in de motivering uitleggen wat de gedragslijn inhoudt en hoe die is toegepast in het concrete geval. Aan die motiveringseis was in dit geval voldaan. De Raad voegt daar een aanbeveling aan toe: hij raadt de gouverneur met het oog op rechtszekerheid en kenbaarheid aan de gedragslijn alsnog schriftelijk vast te leggen en extern bekend te maken.
De Raad bevestigt de uitspraak van het Gerecht in Ambtenarenzaken en verklaart het hoger beroep ongegrond. De bevorderingsdatum van 1 augustus 2021 blijft daarmee in stand. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Betrokken advocaten
mr. R.P. Lee
appellant
mr. C.L. Geerman
verweerder
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:OGEAA:2026:19, Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 16-01-2026, 395 van 2025
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba · Strafrecht
ECLI:NL:OGAACMB:2026:2, Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 12-01-2026, AUA202500789
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba · Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
ECLI:NL:OGEAA:2025:362, Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 26-11-2025, AUA202503507 KG
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba · Civiel Recht
ECLI:NL:ORBAACM:2025:31, Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 19-11-2025, AUA2025H00271, AUA2025H00276
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
27 maart 2026
Instantie
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en SabaRechtsgebied
Bestuursrecht; AmbtenarenrechtZaaknummer
AUA2025H00141
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:OGAACMB:2026:13