Juristi.nl
ECLI:NL:OGEAA:2022:297Bestuursrecht; Ambtenarenrecht

Gerecht geeft politieagent gelijk: bevordering mag niet vanwege ziekteverzuim worden uitgesteld — OGEAA:2022:297

ambtenarenrecht / bevordering politieambtenaar / arbeidsongeschiktheid en dienstanciënniteit

Eiser / verzoeker

Klager, politieambtenaar bij het Korps Politie Aruba

VS

Verweerder / gedaagde

De Gouverneur van Aruba

Het gerecht verklaarde het bezwaar gegrond, vernietigde het landsbesluit dat de bevordering uitstelde naar 1 augustus 2021, en droeg de gouverneur op opnieuw te beslissen over bevordering per 1 oktober 2020.

  • Een intern beleidsregel over het verschuiven van de bevorderingsdatum bij arbeidsongeschiktheid is niet rechtsgeldig als die niet schriftelijk is vastgelegd en niet kenbaar is gemaakt aan het personeel.
  • Ziektedagen tellen mee als diensttijd voor de bevorderingseis van vier jaar anciënniteit, nu geen wet of regeling dit uitsluit.
  • Een positieve beoordeling door de leidinggevende volstaat als 'goede beoordeling' in de zin van de bevorderingseisen; verweerder kon zonder nadere motivering niet stellen dat hieraan niet was voldaan.
  • Het landsbesluit leed aan een motiveringsgebrek en werd vernietigd; verweerder moet binnen drie maanden opnieuw beslissen.
  • Verweerder werd veroordeeld tot betaling van Afl. 1.400,- aan proceskosten.

Samenvatting

Een Arubaanse politieagent vocht met succes een besluit aan waarbij zijn bevordering tot brigadier 1ste klasse met tien maanden werd uitgesteld vanwege ziekteverzuim. Het gerecht in ambtenarenzaken van Aruba gaf de agent gelijk en vernietigde het bestreden landsbesluit.

De politieman werkte bij het Korps Politie Aruba en zou volgens zijn leidinggevende per 1 oktober 2020 in aanmerking komen voor bevordering naar de rang van brigadier 1ste klasse. De korpschef had hem positief beoordeeld en stelde formeel voor hem te bevorderen. De gouverneur van Aruba wees dit voorstel echter af, omdat de agent gedurende de beoordelingsperiode van vier jaar in totaal 287 dagen arbeidsongeschikt was geweest — ruim tien procent van de tijd, maar in de visie van het bestuur genoeg om de bevordering uit te stellen naar 1 augustus 2021.

De gouverneur baseerde zich op een intern beleid dat bij ziekteverzuim van 90 dagen of meer de bevorderingsdatum wordt verschoven. De politieagent verzette zich hiertegen en voerde aan dat dit beleid nergens schriftelijk was vastgelegd en ook nooit officieel bekend was gemaakt aan het overheidspersoneel. Bovendien was hij door zijn directe leidinggevende wél positief beoordeeld, wat juist een vereiste is voor bevordering.

Het gerecht volgde die redenering. Allereerst stelde de rechter vast dat de zogenaamde 'vaste gedragslijn' over het verschuiven van de bevorderingsdatum onvoldoende kenbaar was. Verweerder had niet duidelijk kunnen maken door wie en wanneer dit beleid was vastgesteld, laat staan dat het gepubliceerd of gecommuniceerd was richting het personeel. Op zo'n intern beleid kan de gouverneur zich dan ook niet rechtsgeldig beroepen.

Daarnaast keek het gerecht naar de wettelijke bevorderingseisen zoals vastgelegd in het Landsbesluit rechtspositie politie. Daarin staan vier eisen: het juiste diploma, een functie in de juiste hoofdgroep, minimaal vier jaar diensttijd als brigadier, en een goede beoordeling. Het gerecht oordeelde dat ziektedagen gewoon meetellen als diensttijd. Uit geen enkele wet of regeling blijkt dat periodes van ziekteverlof worden uitgesloten van de vereiste dienstanciënniteit — net zo min als vakantiedagen dat zouden zijn. De redenering van de gouverneur dat de agent niet aan de eis van vier dienstjaren had voldaan, werd daarmee van tafel geveegd.

Ook het argument dat er geen goede beoordeling was, overtuigde de rechter niet. De leidinggevende had de agent juist positief beoordeeld en voorgesteld hem te bevorderen. Zonder aanvullende uitleg was het onbegrijpelijk waarom de agent op 1 oktober 2020 geacht werd nog geen gunstige beoordeling te hebben.

Het gerecht concludeerde dat het landsbesluit een motiveringsgebrek vertoonde en niet in stand kon blijven. Het bezwaar werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd, en de gouverneur kreeg drie maanden de tijd om opnieuw een beslissing te nemen over de bevordering met ingang van 1 oktober 2020. Bovendien werd de gouverneur veroordeeld tot betaling van Afl. 1.400,- aan proceskosten.

Betrokken advocaten

mr. L.A. Hernandis

eiser

mr. Y.F.M. Kaarsbaan

verweerder

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

22 augustus 2022

Zaaknummer

AUA202103311

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:OGEAA:2022:297

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

OGEAA:2025:221
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba·9 jul 2025
Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
OGEAA:2025:208
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba·30 jun 2025
Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
OGEAA:2025:209
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba·30 jun 2025
Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
OGEAA:2025:177
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba·2 jun 2025
Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
OGEAA:2025:77
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba·10 mrt 2025
Bestuursrecht; Ambtenarenrecht