Ontslag op staande voet wegens ziekte nietig verklaard — OGEAC:2018:101
ontslag op staande voet / arbeidsongeschiktheid / loonvordering
Eiser / verzoeker
Werkneemster (verzoekster)
Verweerder / gedaagde
Café Britt Curaçao N.V.
Ontslag op staande voet nietig verklaard; Café Britt veroordeeld tot doorbetaling van salaris (NAf 1.620 bruto/maand) vanaf 4 oktober 2017, met 10% vertragingsverhoging en wettelijke rente.
- Ontslag op staande voet is nietig omdat werkneemster te goeder trouw mocht aannemen arbeidsongeschikt te zijn, ook al had de SVB haar zonder onderzoek arbeidsgeschikt verklaard.
- Hoog ziekteverzuim door medische aandoening (vleesboom) kan de werkneemster niet als 'afwijkend gedrag' worden tegengeworpen.
- Loonbetalingsverplichting is blijven bestaan vanaf 4 oktober 2017; matiging werd afgewezen omdat Café Britt had kunnen anticiperen op een juridische procedure.
- Vertragingsverhoging ex artikel 7A:1614q BW gematigd tot 10% over de periode oktober 2017 tot en met april 2018.
Samenvatting
Een werkneemster van Café Britt Curaçao N.V. werd in oktober 2017 op staande voet ontslagen nadat ze herhaaldelijk ziek was geweest. De vrouw leed al geruime tijd aan een vleesboom in de baarmoeder, een aandoening die gepaard ging met hevige pijnklachten en bloedverlies. Haar werkgever was hiervan op de hoogte: ze mocht als enige werkneemster een zwarte broek dragen in plaats van het uniform, en ze communiceerde haar ziekmeldingen via een WhatsApp-groep waarvan ook haar directe leidinggevende deel uitmaakte.
In september 2017 werd de vrouw opnieuw ziek tijdens haar vakantie. De SVB verklaarde haar op 3 oktober 2017 arbeidsgeschikt — zonder haar daadwerkelijk te onderzoeken. Omdat ze zich nog steeds ziek voelde, stapte ze naar de huisarts, die haar wél arbeidsongeschikt verklaarde tot en met 4 oktober 2017. Desondanks verscheen ze niet op haar werk, waarop Café Britt haar diezelfde dag op staande voet ontsloeg. Als reden voerde het bedrijf aan dat de werkneemster geen interesse meer zou tonen in het voortzetten van haar dienstverband, mede vanwege twintig ziekmeldingen in negen maanden en het niet opvolgen van SVB-procedures.
Het gerecht oordeelde dat de vrouw op 3 en 4 oktober 2017 te goeder trouw mocht aannemen dat ze nog steeds arbeidsongeschikt was. Dat de SVB haar arbeidsgeschikt had verklaard zonder onderzoek, maakte dit niet anders. Vaste rechtspraak bepaalt dat werkverzuim wegens ziekte geen dringende reden voor ontslag op staande voet oplevert als een werknemer redelijkerwijs mocht denken ziek te zijn — zelfs als de werkgever daar anders over dacht.
Ook het argument van 'afwijkend gedrag' door het grote aantal ziekmeldingen werd verworpen. Het gerecht stelde vast dat het hoge ziekteverzuim rechtstreeks samenhing met de medische aandoening van de vrouw en haar dus niet kon worden aangerekend. Evenmin was aangetoond dat ze de meldingsprocedures had overtreden.
Café Britt voerde nog aan dat de vrouw maandenlang geen contact had gezocht en dat het in strijd met de redelijkheid zou zijn om alsnog aanspraak te maken op loonbetaling. Het gerecht verwierp ook dit verweer: de werkneemster had al in november 2017 de nietigheid van het ontslag ingeroepen, en Café Britt had geweten dat zij niet akkoord ging met een aangeboden vergoeding. Het bedrijf had kunnen anticiperen op een juridische procedure, bijvoorbeeld door zelf een ontbindingsverzoek in te dienen. Dat het dat niet deed, komt voor eigen risico.
Het gerecht verklaarde het ontslag op staande voet nietig en veroordeelde Café Britt tot doorbetaling van het salaris van NAf 1.620 bruto per maand vanaf 4 oktober 2017, inclusief een vertragingsverhoging van 10 procent over de periode tot en met april 2018 en wettelijke rente. Daarnaast werd Café Britt veroordeeld in de proceskosten van NAf 1.000.
Betrokken advocaten
mr. N.B. Louisa
eiser
mr. S.A.T. Ayubi-Haakmeester
verweerder
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:OGEAC:2025:296, Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 03-11-2025, CUR202503830
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao · Civiel Recht
ECLI:NL:OGAACMB:2025:98, Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 03-11-2025, CUR202401222
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba · Bestuursrecht
ECLI:NL:OGEAC:2025:284, Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 03-11-2025, CUR202503831
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao · Civiel Recht
ECLI:NL:OGEAC:2025:298, Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 03-11-2025, CUR202503829
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
15 mei 2018
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van CuraçaoRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
CUR201800748
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:OGEAC:2018:101