Juristi.nl
ECLI:NL:OGEAC:2026:43Bestuursrecht; Belastingrecht

Curaçaos bedrijf verliest belastingstrijd over geruisloze afsplitsing — OGEAC:2026:43

winstbelasting / geruisloze afsplitsing / belastingontgaan

Eiser / verzoeker

Belanghebbende (op Curaçao gevestigd bedrijf)

VS

Verweerder / gedaagde

De Inspecteur der Belastingen van Curaçao

De naheffingsaanslag winstbelasting 2018 blijft in stand met een belastbaar bedrag van NAf 4.627.322; de boete blijft vernietigd.

  • De afsplitsing gevolgd door verkoop van aandelen binnen drie jaar aan een externe partij activeert het wettelijk vermoeden dat zakelijke overwegingen ontbreken; het bedrijf slaagde er niet in dit vermoeden te weerleggen.
  • Het subsidiaire argument dat alleen Arubaanse inkomstenbelasting werd ontgaan en de Curaçaose antimisbruikbepaling daarom niet van toepassing is, werd verworpen: de regeling ziet op belastingontgaan in algemene zin en ook Curaçaose heffing werd uitgesteld.
  • De boete (25%, NAf 282.738) werd door de inspecteur zelf al vernietigd wegens een pleitbaar standpunt en blijft vernietigd.
  • Het beroep werd ondanks onduidelijkheid over de datum van de uitspraak op bezwaar ontvankelijk verklaard, omdat de inspecteur geen duidelijkheid kon geven en geen punt maakte van de ontvankelijkheid.
  • Het belastbare bedrag werd in overleg tussen partijen vastgesteld op NAf 4.627.322 voor het geval de inspecteur in het gelijk zou worden gesteld.

Samenvatting

Een op Curaçao gevestigd bedrijf stond voor een belastinggeschil over de verkoop van zijn onderneming aan een internationaal beursgenoteerd bedrijf uit het Verenigd Koninkrijk. De enig aandeelhouder, een op Aruba wonende ondernemer die zijn pensioenleeftijd naderde, wilde zijn bedrijf overdragen en vond een koper. De overdracht vond in 2018 plaats via een juridische afsplitsing: de operationele activiteiten gingen over naar een nieuw opgerichte vennootschap, waarna de aandelen in die nieuwe vennootschap werden verkocht voor ruim NAf 4,9 miljoen.

Het bedrijf had deze verkoopopbrengst in de aangifte winstbelasting aangemerkt als een onbelast voordeel uit deelneming. De Belastingdienst van Curaçao was het daar niet mee eens en legde een naheffingsaanslag op van ruim NAf 1,1 miljoen, plus een boete van bijna NAf 283.000. Na bezwaar werd de aanslag al deels verminderd en de boete vernietigd, maar het bedrijf vond ook de resterende aanslag onterecht en stapte naar de rechter.

Centraal in de zaak stond de vraag of de afsplitsing 'geruisloos' had plaatsgevonden in de zin van de Landsverordening winstbelasting. Bij een geruisloze afsplitsing hoeft over de behaalde winst geen belasting betaald te worden. Die faciliteit geldt echter niet als de afsplitsing in overwegende mate gericht is op het ontgaan of uitstellen van belasting. De wet bepaalt bovendien dat als aandelen in de afgesplitste vennootschap binnen drie jaar na de splitsing worden verkocht aan een partij buiten hetzelfde concern — wat hier het geval was — zakelijke overwegingen worden geacht afwezig te zijn, tenzij de belastingplichtige het tegendeel aannemelijk maakt.

Het bedrijf voerde aan dat de bedrijfsopvolging een legitieme zakelijke reden was voor de afsplitsing. Subsidiair stelde het bedrijf dat de constructie geen Curaçaose belasting ontweek, maar hooguit Arubaanse inkomstenbelasting van de aandeelhouder, en dat de wettelijke antimisbruikbepaling daarom niet van toepassing kon zijn.

Het gerecht oordeelde dat het bedrijf er niet in was geslaagd aannemelijk te maken dat de afsplitsing plaatsvond op grond van zakelijke overwegingen. De aandelen werden immers direct na de splitsing verkocht aan een externe partij. Het subsidiaire argument — dat alleen Arubaanse belasting werd ontgaan — verwierp het gerecht eveneens. De wet vereist niet dat Curaçaose belasting wordt ontgaan; het gaat om belastingheffing in algemene zin, en bovendien profiteerde de verkopende vennootschap zelf van de geruisloze faciliteit, zodat ook Curaçaose heffing werd uitgesteld.

Het gerecht stelde het belastbare bedrag vast op NAf 4.627.322, conform de tussen partijen ter zitting gemaakte afspraak voor het geval de inspecteur in het gelijk zou worden gesteld. De naheffingsaanslag winstbelasting voor 2018 blijft daarmee grotendeels in stand, terwijl de eerder al vernietigde boete niet wordt hersteld.

Betrokken advocaten

mr. T. Ferbaan

eiser

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

27 maart 2026

Zaaknummer

CUR202403572

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:OGEAC:2026:43

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

OGEAC:2026:39
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao·17 mrt 2026
Bestuursrecht; Belastingrecht
OGEAC:2026:28
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao·13 mrt 2026
Bestuursrecht; Belastingrecht
OGEAC:2026:27
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao·12 mrt 2026
Bestuursrecht; Belastingrecht
OGEAC:2026:26
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao·10 mrt 2026
Bestuursrecht; Belastingrecht
OGEAC:2026:21
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao·27 feb 2026
Bestuursrecht; Belastingrecht