Curaçaose man verliest strijd om doorgaan ongevallenuitkering — OGEAC:2026:44
beëindiging ongevallenuitkering / arbeidsongeschiktheidsbeoordeling
Eiser / verzoeker
Eiser (naam geanonimiseerd), wonend op Curaçao
Verweerder / gedaagde
Sociale Verzekeringsbank (SVB)
Het beroep is ongegrond verklaard; de beëindiging van de ongevallenuitkering per 21 mei 2024 blijft in stand.
- Onderscheid tussen voorwaarden voor het recht op een uitkering (arbeidsongeschiktheid) en gronden voor beëindiging: het ontbreken van een beëindigingsgrond geeft geen zelfstandig recht op uitkering als aan de basisvoorwaarde niet meer is voldaan.
- Cognitieve stoornissen die pas zeven jaar na een hoofdcontusie worden vastgesteld zijn niet aannemelijk het gevolg van dat ongeval, mede gelet op eerdere neuropsychologische onderzoeken zonder afwijkingen.
- Diabetes en hypertensie kunnen als alternatieve verklaring dienen voor de in 2024 vastgestelde cognitieve beperkingen.
- Voor het aannemelijk maken van de onjuistheid van een medische beoordeling is in beginsel een rapportage van een medicus vereist; de overgelegde behandelinformatie volstond niet.
- Het Gerecht gaat uit van de juistheid van de arbeidskundige beoordeling nu eiser daartegen geen gronden heeft aangevoerd.
Samenvatting
Een man op Curaçao raakte in 2017 arbeidsongeschikt na een bedrijfsongeval, waarbij hij met zijn voorhoofd tegen een lessenaar sloeg en een hoofdcontusie opliep. Sindsdien ontving hij een ongevallenuitkering van de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Na een herbeoordeling concludeerde de SVB in 2024 dat hij volledig arbeidsgeschikt was en beëindigde de uitkering per 21 mei 2024. De man vocht dit besluit aan, maar het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao stelde de SVB in het gelijk.
De man voerde twee argumenten aan. Ten eerste stelde hij dat zijn uitkering niet kon worden beëindigd omdat hij nog altijd onder behandeling was van een specialist. De wet bepaalt namelijk dat iemand zijn recht op een uitkering verliest als hij zich niet onder behandeling stelt. De man redeneerde omgekeerd: omdat hij wél onder behandeling was, kon er geen grond voor beëindiging zijn.
Het Gerecht verwierp deze redenering. Het maakte onderscheid tussen de voorwaarden voor het recht op een uitkering en de gronden voor beëindiging ervan. Het recht op een ongevallenuitkering bestaat alleen zolang iemand daadwerkelijk arbeidsongeschikt is. Nu de SVB de man volledig arbeidsgeschikt had verklaard, verviel het recht op de uitkering simpelweg. De vraag of aan een beëindigingsgrond was voldaan, deed daar niet aan af.
Het tweede argument betrof de medische beoordeling. De man legde een rapport van zijn behandelend neuropsycholoog over, waaruit in 2024 duidelijke cognitieve stoornissen op meerdere gebieden naar voren kwamen. Hij stelde dat de verzekeringsarts op basis daarvan meer beperkingen had moeten vaststellen.
Ook dit argument overtuigde het Gerecht niet. De verzekeringsartsen hadden uitvoerig toegelicht waarom de bevindingen uit 2024 niet aan het bedrijfsongeval van 2017 konden worden toegeschreven. Bij een hoofdcontusie zoals bij de man opgelopen, manifesteren cognitieve stoornissen zich doorgaans kort na het ongeluk. Maar neuropsychologisch onderzoek in 2018 — een jaar na het ongeval — toonde geen stoornissen aan. Ook in 2022 werden geen cognitieve tekorten gevonden; destijds werd de diagnose aanpassingsstoornis gesteld. Dat de neuropsycholoog pas in 2024 wél stoornissen constateerde, maakte het onwaarschijnlijk dat die alsnog het gevolg waren van het zeven jaar eerder opgelopen letsel. Bovendien leed de man aan diabetes en hoge bloeddruk, die als alternatieve verklaring voor de vastgestelde afwijkingen konden dienen.
Het Gerecht oordeelde dat het onderzoek door de verzekeringsarts zorgvuldig en inzichtelijk was uitgevoerd. De man had niet aannemelijk gemaakt dat de medische beoordeling onjuist was. Omdat hij geen bezwaren had aangevoerd tegen de arbeidskundige beoordeling — die concludeerde dat hij volledig arbeidsgeschikt was voor passend werk — liet het Gerecht die beoordeling voor juist doorgaan. Het beroep werd ongegrond verklaard en de beëindiging van de ongevallenuitkering per 21 mei 2024 bleef in stand.
Betrokken advocaten
mr. N.V. Ribeiro
eiser
mr. P. van der Valk
eiser
mr. N.S. Dare
verweerder
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
Gerecht onbevoegd in AOV-indexatiestrijd Curaçaose gepensioneerde
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao · Bestuursrecht
ECLI:NL:OGEAC:2026:8, Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 02-02-2026, CUR202502104
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao · Bestuursrecht; Mededingingsrecht
ECLI:NL:OGEAC:2025:207, Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 25-06-2025, CUR202400040
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:OGHACMB:2025:122, Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 11-06-2025, CUR2024H00196
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
27 maart 2026
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van CuraçaoRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
CUR202502178
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:OGEAC:2026:44