Arubaanse ambtenaar verliest beroep tegen uitgestelde bevordering — ORBAACM:2026:31
ambtenarenrecht / bevordering en arbeidsongeschiktheid
Eiser / verzoeker
Appellant (Arubaanse ambtenaar)
Verweerder / gedaagde
De Gouverneur van Aruba
Het hoger beroep is ongegrond verklaard; de bevorderingsdatum van 1 oktober 2022 blijft in stand.
- Een vaste gedragslijn (het '90-dagenbeleid') hoeft niet schriftelijk te zijn vastgelegd of gepubliceerd om rechtsgeldig te kunnen worden toegepast.
- Het 90-dagenbeleid kwalificeert als wetsinterpreterend beleid over het begrip 'actieve dienst', niet als een formele beleidsregel in juridische zin.
- Bij afwezigheid van publicatie moet het bestuursorgaan in de besluitvorming wel inhoudelijk uitleggen wat de gedragslijn inhoudt en hoe die is toegepast.
- De Raad beveelt de gouverneur aan het beleid alsnog schriftelijk vast te leggen en extern bekend te maken ter bevordering van rechtszekerheid.
Samenvatting
Een Arubaanse ambtenaar probeerde via de rechter af te dwingen dat zijn bevordering naar een hogere rang eerder zou ingaan dan de overheid had vastgesteld. De zaak draait om de vraag of de gouverneur van Aruba bevoegd was om de bevorderingsdatum te verschuiven vanwege langdurige ziekte.
De ambtenaar had recht op bevordering naar de rang van commissies (schaal 8). Normaal gesproken zou die bevordering per 1 juni 2022 zijn ingegaan, maar de gouverneur stelde die datum uit naar 1 oktober 2022. De reden: de man was in de twee jaar voorafgaand aan zijn bevordering in totaal 144 dagen ziek geweest. De gouverneur past daarvoor een zogenoemd '90-dagenbeleid' toe: wie tijdens de zogeheten anciënniteitsperiode langer dan een bepaald aantal dagen afwezig is geweest door ziekte, krijgt zijn bevordering later.
De berekening werkt als volgt: bij een anciënniteitsperiode van twee jaar geldt als drempel de helft van 90 dagen, dus 45 dagen. De ambtenaar was 144 dagen ziek, dus 99 dagen boven de drempel. Dat resulteerde in een uitstel van precies 99 dagen, waardoor de bevordering pas op 1 oktober 2022 inging.
De ambtenaar was het daar niet mee eens en stapte naar de rechter. Zijn belangrijkste argument in hoger beroep: het 90-dagenbeleid is nooit officieel schriftelijk vastgelegd of gepubliceerd. Volgens hem gaat het niet om een informele gedragslijn, maar om beleid in juridische zin — en omdat dat beleid niet aan de wettelijke vereisten voor bekendmaking voldoet, zou het nooit geldig in werking zijn getreden en dus ook niet op hem kunnen worden toegepast.
De Raad van Beroep volgt dat betoog niet. Eerder al, in november 2025, oordeelde de Raad dat een vaste gedragslijn niet per se schriftelijk hoeft te worden vastgelegd om te mogen worden toegepast. Het verschil met een formele beleidsregel is volgens de Raad niet de naam die eraan wordt gegeven, maar de inhoudelijke kwalificatie. Het 90-dagenbeleid is een wetsinterpreterend beleid: het legt uit wat 'actieve dienst' betekent in het kader van de anciënniteitsvereiste. Zo'n gedragslijn kan gewoon worden gevolgd, zolang de overheid in het concrete besluit maar uitlegt hoe die lijn is toegepast.
Dat het voornemen bestaat om het beleid formeel voor te leggen aan de ministerraad, maakt het er niet minder geldig op, aldus de Raad. De Raad benadrukt wel dat hij de gouverneur aanraadt het beleid alsnog schriftelijk vast te leggen en openbaar te maken, uit het oogpunt van rechtszekerheid en kenbaarheid voor ambtenaren.
Omdat de feitelijke berekening — hoe het beleid concreet op de ambtenaar is toegepast — tussen partijen niet ter discussie stond, bekrachtigde de Raad de eerdere uitspraak. De bevordering per 1 oktober 2022 blijft staan, en de ambtenaar krijgt geen proceskostenvergoeding.
Betrokken advocaten
mr. R.P. Lee
appellant
mr. Y.F.M. Kaarsbaan
verweerder
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:OGEAA:2026:19, Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 16-01-2026, 395 van 2025
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba · Strafrecht
ECLI:NL:OGAACMB:2026:2, Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 12-01-2026, AUA202500789
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba · Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
ECLI:NL:ORBAACM:2025:37, Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 03-12-2025, AUA2024H00169
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba · Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
ECLI:NL:OGEAA:2025:362, Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 26-11-2025, AUA202503507 KG
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
27 maart 2026
Rechtsgebied
Bestuursrecht; AmbtenarenrechtZaaknummer
AUA2025H00123
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:ORBAACM:2026:31