ECLI:NL:PHR:2026:283, Parket bij de Hoge Raad, 24-03-2026, 23/03848 — PHR:2026:283
Samenvatting
Conclusie A-G. Bewezenverklaard dat verdachte (natuurlijke persoon) onjuiste aangiften inkomstenbelasting deed, en onjuiste aangiften vennootschapsbelasting en omzetbelasting medegepleegde ten name van door hem beheerste BV en een CV. Hof acht verdachte 'economische eigenaar' van de inkomsten betaald aan de BV en de CV. Klachten over bewijs daderschap en strekking tot te lage heffing. Alternatief scenario. Onbegrijpelijk oordeel over (i) de Vpb-aangiften van de CV, die niet Vpb-plichtig is, en (ii) 'economische eigenaar' van aan de BV en de CV betaalde inkomsten, die tegelijk ook door de BV en de CV zouden zijn genoten.
Betrokken advocaten
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:19549, Rechtbank Den Haag, 29-10-2025, 09/767445-20 (dagvaarding I) en 09/765033-21 (dagvaarding II, ttz. gev.)
Rechtbank Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:RBLIM:2024:8607, Rechtbank Limburg, 27-11-2024, 03.138652.22
Rechtbank Limburg · Strafrecht
ECLI:NL:RBLIM:2024:6793, Rechtbank Limburg, 01-10-2024, 03-042079-23
Rechtbank Limburg · Strafrecht
ECLI:NL:RBLIM:2024:6795, Rechtbank Limburg, 01-10-2024, 03-042096-23
Rechtbank Limburg · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
24 maart 2026
Instantie
Parket bij de Hoge RaadRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
23/03848
ECLI
ECLI:NL:PHR:2026:283