Zaadleverancier hoeft tomatenteler Sunstream-zaden niet te leveren — RBALK:2007:BB0493
nakoming leveringsverplichting / exclusiviteitsrecht zaden / kort geding
Eiser / verzoeker
V.O.F. Van Antwerpen-Van Veen h.o.d.n. Agro Care
Verweerder / gedaagde
Enza Zaden Benelux B.V.
De voorzieningenrechter weigerde de gevorderde levering van 100.000 Sunstream-zaden en veroordeelde Agro Care in de proceskosten.
- De vordering tot levering van zaden in kort geding werd afgewezen omdat bewijslevering via getuigen onder ede noodzakelijk was, waarvoor kort geding zich niet leent.
- Agro Care erkende zelf op de hoogte te zijn geweest van het exclusieve recht van Red Star vóór de bewuste bijeenkomst in augustus 2005.
- Enza betwistte een harde leveringstoezegging te hebben gedaan en stelde slechts te hebben toegezegd overleg te plegen met Red Star over afstand van haar exclusiviteit.
- Voor toewijzing van een zo vergaande vordering als feitelijke levering moet met grote mate van waarschijnlijkheid vaststaan dat de bodemrechter eveneens tot toewijzing zou beslissen; dat was niet het geval.
- De door Enza gevorderde integrale proceskostenveroordeling wegens misbruik van procesrecht werd afgewezen bij gebrek aan bewijs van zodanig ernstig verdraaide feitenweergave.
Samenvatting
Een tomatenteler uit Westland, Agro Care, probeerde via de rechter af te dwingen dat zaadleverancier Enza Zaden Benelux 100.000 zaden van het tomatenras Sunstream moest leveren. De rechtbank in Alkmaar wees die eis in kort geding af.
Agro Care is gespecialiseerd in de jaarrondteelt van trostomaten en heeft al jarenlang een relatie met Enza voor de levering van zaden van het ras Aranca. Het ras Sunstream is door Enza echter exclusief vergeven aan een concurrent, Red Star Trading, die bereid was fors te investeren in de ontwikkeling en promotie van dit ras. Daardoor mocht Enza het Sunstream-zaad niet aan andere Nederlandse telers verkopen.
In 2005 vond een bijeenkomst plaats van de telersvereniging waar Agro Care bij is aangesloten. Agro Care stelde dat Enza tijdens die bijeenkomst had toegezegd jaarlijks, vóór 1 augustus, 100.000 Sunstream-zaden te leveren. Enza betwistte dit stellig. Volgens Enza had zij slechts toegezegd te zullen overleggen met Red Star of die bereid was een deel van haar exclusiviteitsrecht op te geven. Dat bleek niet het geval, en dat had Enza ook aan Agro Care meegedeeld.
De voorzieningenrechter constateerde dat Agro Care zelf ter zitting erkende dat ze al vóór die bijeenkomst op de hoogte was van het exclusieve recht van Red Star. Eerder had Enza haar al geweigerd Sunstream-zaden te leveren vanwege die exclusiviteit, waarna Agro Care de zaden uit Italië had moeten halen. Agro Care wist dus dat het exclusiviteitsrecht in de weg kon staan aan levering door Enza.
Om haar stelling over de toezegging te onderbouwen, bracht Agro Care schriftelijke getuigenverklaringen in. De rechter oordeelde echter dat zulke verklaringen alleen op hun juiste waarde kunnen worden geschat als getuigen onder ede worden gehoord, en daarvoor is een kort gedingprocedure niet geschikt. Bovendien achtte de rechter het verweer van Enza in een eventuele bodemprocedure zeker niet bij voorbaat kansloos.
Bij een vergaande vordering als het afdwingen van levering geldt bovendien een strenge maatstaf: de rechter moet met grote mate van waarschijnlijkheid kunnen vaststellen dat de bodemrechter de vordering ook zou toewijzen. Aan die lat voldeed de zaak van Agro Care niet. De gevraagde voorziening werd geweigerd en Agro Care werd veroordeeld in de proceskosten. Het verzoek van Enza om Agro Care te veroordelen in de volledige proceskosten wegens bewust verdraaide feiten werd niet gehonoreerd: de rechter zag daarvoor onvoldoende grond.
Betrokken advocaten
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBNHO:2024:4477, Rechtbank Noord-Holland, 02-04-2024, 348940
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBNHO:2022:12191, Rechtbank Noord-Holland, 14-12-2022, C/15/326337 / HA ZA 22-197
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:GHAMS:2022:3061, Gerechtshof Amsterdam, 01-11-2022, 200.287.170/01 en 200.287.173/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBNHO:2022:6444, Rechtbank Noord-Holland, 29-06-2022, C/15/318470 / HA ZA 21-395
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
26 juli 2007
Instantie
Rechtbank Noord-HollandRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
96211/KG ZA 07-206
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:RBALK:2007:BB0493