Ontbinding arbeidsovereenkomst na onderzoek handel met voorkennis — RBAMS:2012:BW6781
ontbinding arbeidsovereenkomst / handel met voorkennis / goed werknemerschap
Eiser / verzoeker
ABN AMRO Bank N.V.
Verweerder / gedaagde
Werknemer (verweerder), Hoofd Acquisitie Preferred Banking
De kantonrechter ontbond de arbeidsovereenkomst per 1 juni 2012 op grond van verstoorde verhoudingen, maar wees de primaire grondslag (dringende reden) en de gevraagde ontslagvergoeding af.
- De primaire grondslag (dringende reden wegens handel met voorkennis) werd afgewezen omdat het gestelde feit niet onomstotelijk vaststond en de medewerker wel had meegewerkt aan het interne onderzoek.
- Handel met voorkennis wordt door de rechter aangemerkt als werk-gerelateerd strafbaar feit, zodat een beroep op privacy de medewerker niet ontheft van zijn informatieverplichting jegens de werkgever.
- Op grond van artikel 7:611 BW (goed werknemerschap) was de medewerker verplicht maximale openheid te geven over de verdenking, ook buiten hetgeen de Gedragscode of CAO voorschrijft.
- Omdat onvoldoende openheid was betracht over de relatie met de betrokken collega en de reden van de aandelentransacties, is het vertrouwen blijvend beschadigd en werd ontbinding gerechtvaardigd geacht.
- Geen ontslagvergoeding toegekend, omdat de omstandigheden die tot de ontbinding leidden volledig in de risicosfeer van de medewerker vallen.
Samenvatting
Een medewerker van ABN AMRO Bank, werkzaam als Hoofd Acquisitie Preferred Banking, raakte in oktober 2011 in het vizier van de FIOD op verdenking van handel met voorwetenschap in het aandeel AND. De verdenking had betrekking op transacties uit april 2009, waarbij hij naar eigen zeggen informatie had gekregen van een collega. Na twee dagen in voorlopige hechtenis te hebben doorgebracht, werd hij vrijgelaten. ABN AMRO schorste hem vervolgens en somde hem op volledige openheid van zaken te geven aan de interne afdeling Security & Intelligence Management (SIM), op straffe van ontslag op staande voet.
De medewerker werkte aanvankelijk mee aan het interne onderzoek en legde twee verklaringen af bij SIM. Toch concludeerde SIM in januari 2012 dat het aannemelijk — maar niet zeker — was dat de beschuldigingen gegrond waren. ABN AMRO diende vervolgens een ontbindingsverzoek in bij de kantonrechter in Amsterdam, primair op grond van een dringende reden (vergelijkbaar met ontslag op staande voet) en subsidiair wegens een verandering van omstandigheden die verdere samenwerking in de weg stond.
De kantonrechter wees de primaire grondslag af. Van een bewezen dringende reden was geen sprake: de medewerker was niet veroordeeld, had ontkend met voorkennis te hebben gehandeld, en had wel degelijk meegewerkt aan het SIM-onderzoek. Voor een definitief oordeel over de feiten zou nader onderzoek nodig zijn, wat zich niet leent voor een ontbindingsprocedure.
Toch besloot de rechter de arbeidsovereenkomst te ontbinden op basis van de subsidiaire grond: een verstoorde arbeidsverhouding. De kantonrechter oordeelde dat de medewerker, gelet op zijn functie bij een grote financiële instelling, op grond van goed werknemerschap verplicht was maximale openheid te betrachten. Handel met voorkennis is immers direct werk-gerelateerd — het verweer van de medewerker dat het een privékwestie betrof, werd door de rechter uitdrukkelijk verworpen. Omdat hij onvoldoende duidelijkheid had gegeven over zijn relatie met de betrokken collega en zijn beweegredenen voor de aandelentransacties, bleef er een 'schimmige situatie' bestaan die hem valt aan te rekenen.
Opvallend is dat de kantonrechter aan de medewerker geen ontslagvergoeding toekende. Hoewel hij vijf jaar in dienst was, een goed trackrecord had en niet strafrechtelijk was veroordeeld, vond de rechter dat de omstandigheden volledig in zijn risicosfeer lagen. De proceskosten werden gecompenseerd, zodat iedere partij de eigen kosten draagt. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden per 1 juni 2012.
Betrokken advocaten
mr. M.J.M.T. Keulards
eiser
mr. M.G. Coutinho
verweerder
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBAMS:2018:3621, Rechtbank Amsterdam, 09-03-2018, HA RK 18/46
Rechtbank Amsterdam · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBAMS:2018:489, Rechtbank Amsterdam, 05-02-2018, 6251360 CV 17-19529
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBAMS:2017:10204, Rechtbank Amsterdam, 08-11-2017, HA RK 17-338
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2017:5021, Rechtbank Amsterdam, 15-05-2017, C/13/6278805/ HA RK 17/140
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
22 mei 2012
Instantie
Rechtbank AmsterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
EA12-517
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2012:BW6781