ECLI:NL:RBAMS:2017:10204, Rechtbank Amsterdam, 08-11-2017, HA RK 17-338 — RBAMS:2017:10204
Samenvatting
Verzoek afgewezen. Het verzoek berust op de op de strafzitting ontstane irritaties tussen de rechter en de advocaat van verzoeker. Uit de toelichting van de advocaat van verzoeker begrijpt de wrakingskamer dat de advocaat zich daarbij onheus bejegend heeft gevoeld door de rechter. De wrakingskamer kan, gelet op de uiteenlopende beleving van de rechter en de raadsman over de toon die de rechter zou hebben gebezigd, niet vaststellen of daarvan sprake is geweest. Ook al zou echter van een onheuse bejegening sprake zijn geweest, dan betekent dat op zichzelf nog niet dat er sprake is van een (schijn) van vooringenomenheid van de rechter jegens verzoeker. De irritaties zijn ontstaan toen de advocaat een punt maakte van de wijze waarop de rechter het procesdossier aan verzoeker voorhield tijdens de behandeling van de feiten. De rechter heeft daarop gezegd dat de advocaat bij zijn pleidooi zijn standpunt naar voren kon brengen. Dit betreft in feite een ordebeslissing genomen en daartoe is de rechter bevoegd. De ordebeslissing is niet zodanig onbegrijpelijk dat uit de aard daarvan voortvloeit dat de rechter (de schijn van) vooringenomenheid jegens verzoeker heeft gewekt. Dat de rechter al een standpunt had ingenomen over de uitreiking van het gebiedsverbod aan verzoeker en daarop niet wenste terug te komen, is daarbij niet gebleken. Na de schorsing heeft de rechter het dossier, zoals met de advocaat afgesproken, voor zover nodig letterlijk voorgehouden, waarna de zitting tot en met het pleidooi zonder incidenten is voortgegaan. Deze wrakingsgrond treft derhalve geen doel. Ten aanzien van de gang van zaken omtrent de vraag van de rechter over de betekening van de vordering TUL leiden de gegeven omstandigheden er niet toe dat de rechter – objectief bezien – de (schijn van) vooringenomenheid jegens verzoeker heeft gewekt.
Betrokken advocaten
mr. S.F. van Merwijk
verzoeker
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:420, Raad van State, 28-01-2026, BRS.25.001112
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RVS:2026:384, Raad van State, 23-01-2026, BRS.25.002628
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RVS:2025:5119, Raad van State, 23-10-2025, 202505314/1/V3
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:7039, Rechtbank Amsterdam, 23-09-2025, 13/072406-25
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
8 november 2017
Instantie
Rechtbank AmsterdamRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
HA RK 17-338
Procedure
Wraking
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2017:10204