Juristi.nl
ECLI:NL:RBAMS:2019:3574Civiel Recht

ECLI:NL:RBAMS:2019:3574, Rechtbank Amsterdam, 15-05-2019, C/13/639718 / HA ZA 17-1255 — RBAMS:2019:3574

Samenvatting

Mededingingsrecht. Truckkartel. Schending van artikel 101 VWEU en artikel 53 EER-Overeenkomst. Follow-on procedures ter zake de gestelde schade die de afnemers en gebruikers van middelzware en zware vrachtwagens hebben geleden als gevolg van het door de Europese Commissie vastgestelde Truckkartel. Eisers zijn deels litigation vehicles die procederen op basis van een bundeling van individuele claims van achterliggende afnemers en/of gebruikers. Aan de orde is de vraag naar de omvang van de stelplicht van artikel 149 en 150 Rv van de eisende partijen, met name de litigation vehicles. De rechtbank oordeelt dat de eisende partijen niet kunnen volstaan met het niet meer stellen dan dat er in de periode waarin het Kartel actief was, vrachtauto’s zijn gekocht, geleaset, gehuurd en/of gebruikt, zonder dit nader te onderbouwen en/of per achterliggende afnemer en/of gebruiker te individualiseren. Dat is niet voldoende om de vorderingen te onderbouwen, ook niet als ervan wordt uitgegaan dat de uiteindelijke schade in een schadestaatprocedure wordt vastgesteld. Van eisers mag worden verwacht dat zij ter onderbouwing van hun vorderingen concreet aangeven welke vrachtauto’s zij op welke wijze hebben gekocht, gehuurd, geleaset en/of gebruikt in de bewuste periode, hoe zij tot de koop, huur, lease en/of het gebruik zijn gekomen (waarbij het erom gaat wanneer, hoe en van wie de vrachtauto’s zijn gekocht, gehuurd, geleaset en/of in gebruik zijn gekregen) en – wanneer de eigendom, huur, lease of het enkele gebruik al tijdens de Kartel- of de na-ijlperiode is geëindigd – hoe en wanneer dit is geëindigd. De litigation vehicles zullen per achterliggende afnemerpartij aan deze stelplicht moeten voldoen. Met het geven van een enkel voorbeeld per achterliggende partij kan niet worden volstaan. Het (wettelijk) bewijsvermoeden dat het Kartel tot schade heeft geleid, maakt dit niet anders.

Betrokken advocaten

mr. M.R. Fidder

eiser

CMS, AMSTERDAM

mr. J. de Jong

eiser

Scott+Scott Attorneys at Law, AMSTERDAM

mr. A.M. Brugmans

eiser

Loyens & Loeff, ROTTERDAM

mr. J. van den Brande

eiser

Brande & Verheij, ROTTERDAM

mr. M.H.J. van Maanen

eiser

BarentsKrans Co�peratief U.A., 'S-GRAVENHAGE

mr. A.H. Vermeulen

eiser

Maaldrink Vermeulen Advocaten, 'S-GRAVENHAGE

mr. J.A. Möhlmann

eiser

mr. A.G. Smink te Zwolle

eiser

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

15 mei 2019

Rechtsgebied

Civiel Recht

Zaaknummer

C/13/639718 / HA ZA 17-1255

Procedure

Eerste aanleg - meervoudig

ECLI

ECLI:NL:RBAMS:2019:3574

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Rechter wijst vorderingen Offlimits tegen Grok en X af
Rechtbank Amsterdam·26 maart 2026
Civiel Recht
Roksvast eist spoedonderhoud van Stadgenoot na aanhoudende lekkages
Rechtbank Amsterdam·25 maart 2026
Civiel Recht
RBAMS:2026:3052
Rechtbank Amsterdam·25 maart 2026
Civiel Recht
RBAMS:2026:2855
Rechtbank Amsterdam·19 maart 2026
Civiel Recht