Juristi.nl
ECLI:NL:RBAMS:2020:2303Civiel Recht

ECLI:NL:RBAMS:2020:2303, Rechtbank Amsterdam, 14-04-2020, C/13/681878 / KG ZA 20-294 — RBAMS:2020:2303

Samenvatting

Afvalverwerkingsbedrijf heeft conflict met aannemer over een geleverde nascheidingsinstallatie voor huishoudelijk afval. Het afvalverwerkingsbedrijf heeft het laatste deel van de factuur niet betaald omdat zij stelt dat de installatie niet voldoet aan hetgeen partijen zijn overeengekomen. De installatie wordt wel gebruikt en door de aannemer is onderhoud gepleegd. Ook die kosten worden niet betaald. De aannemer heeft daarom beslag gelegd onder de grootste klant van de afvalverwerker, die opheffing vordert. De voorzieningenrechter oordeelt dat het beslag niet hoeft te worden opgeheven. Door de Raad van Arbitrage voor de Bouw is in deze zaak geoordeeld dat de installatie is geleverd en dat niet is gebleken dat de aannemer tekort is geschoten in haar verplichtingen. Geen sprake van summierlijk ondeugdelijke vordering. Beslag is ook niet onnodig of vexatoir. Dat de beslagen vordering is verpand maakt niet dat het beslag hoe dan ook moet worden opgeheven. Onvoldoende aannemelijk dat na uitwinning door de pandhouders niets overblijft voor aannemer.

Betrokken advocaten

mr. G.J. Lantink

gedaagde

Rozemond Advocaten, AMSTERDAM

mr. M.W. Speksnijder te Amsterdam

eiser

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

14 april 2020

Rechtsgebied

Civiel Recht

Zaaknummer

C/13/681878 / KG ZA 20-294

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBAMS:2020:2303

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBAMS:2026:3265
Rechtbank Amsterdam·1 april 2026
Civiel Recht
RBAMS:2026:3264
Rechtbank Amsterdam·1 april 2026
Civiel Recht