ECLI:NL:RBAMS:2020:2641, Rechtbank Amsterdam, 21-04-2020, 7959886 CV EXPL 19-17074 — RBAMS:2020:2641
Samenvatting
Aan de orde is de vraag of HB Company op grond van de garantstellingsovereenkomst moet worden veroordeeld tot betaling van de gestelde huurachterstand, rente en boete. Voor beantwoording van die vraag is van belang 1) of er een onvoorwaardelijke (abstracte) concerngarantie is afgegeven of een voorwaardelijke concerngarantie in die zin, dat HB Company zich kan beroepen op de verweermiddelen die HBC Netherlands heeft en 2) indien er sprake is van een voorwaardelijke concerngarantie, of het verweermiddel verrekening dat door HB Company is ingeroepen, al dan niet slaagt.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHAMS:2024:2978, Gerechtshof Amsterdam, 28-10-2024, 200.342.866/01OK
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht; Ondernemingsrecht
ECLI:NL:RBROT:2024:10496, Rechtbank Rotterdam, 01-10-2024, C/10/683996 / KG ZA 24-770
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2024:2351, Gerechtshof Amsterdam, 29-08-2024, 200.342.866/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht; Ondernemingsrecht
ECLI:NL:GHAMS:2024:1071, Gerechtshof Amsterdam, 23-04-2024, 200.309.637/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
21 april 2020
Instantie
Rechtbank AmsterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
7959886 CV EXPL 19-17074
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2020:2641