Juristi.nl
ECLI:NL:RBAMS:2022:6249Strafrecht

ECLI:NL:RBAMS:2022:6249, Rechtbank Amsterdam, 04-10-2022, --- — RBAMS:2022:6249

Samenvatting

1. Het is aan de advocaat / belastingadviseur zelf om te bepalen in welke hoedanigheid hij informatie van zijn cliënt heeft verkregen. In dit geval geen reden om aan de juistheid van zijn standpunt te twijfelen. 2. Het verstrekken van verschoningsgerechtigde informatie aan een derde brengt niet mee dat die informatie ook ten opzichte van alle andere derden aan de vertrouwelijkheid is onttrokken. In deze zaak is de informatie verstrekt in het kader van de vaststelling van de hoogte van de belastingschuld en (dus) de beoordeling van de juistheid van de ingediende aangiften vennootschapsbelasting, terwijl de verdenking op precies die gedraging ziet. Deze informatie is verstrekt aan de inspecteur van de belastingdienst, die op grond van artikel 80 lid 1 van de AWR mede is belast met de opsporing van bij de belastingwet strafbaar gestelde feiten. Deze bijzonderheden brengen mee dat de vertrouwelijkheid van de informatie niet alleen is prijsgegeven in de administratiefrechtelijke relatie tot de belastingdienst inzake de afwikkeling van de ingediende aangiften vennootschapsbelasting maar ook in het mogelijke strafrechtelijke vervolg daarop.

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken