ECLI:NL:RBAMS:2023:1633, Rechtbank Amsterdam, 24-03-2023, 13/220180-21 — RBAMS:2023:1633
Samenvatting
De rechtbank spreekt verdachte vrij van medeplegen/uitlokken van moord/doodslag in onderzoek cobra. In het dossier bevinden zich weliswaar getuigenverklaringen waarin belastend wordt gesproken over verdachte, maar deze verklaringen zijn alle ‘van horen zeggen’, waardoor deze behoedzaam moeten worden beschouwd. Temeer nu de bron waarvan de getuigen hun informatie hebben, noch het delen van die informatie met de betreffende getuige, noch de inhoud van die informatie zelf bevestigt en soms zelfs expliciet weerspreekt. Daarnaast stelt de rechtbank vast dat de getuigen, en meer in het bijzonder de vier waarop het openbaar ministerie met name het daderschap van verdachte baseert, wisselende en uiteenlopende verklaringen hebben afgelegd over (de rol van) verdachte, dan wel dat aan deze verklaringen andere mankementen kleven die de betrouwbaarheid van de verklaringen op dit punt (kunnen) raken. Bovendien heeft de verdediging veel van de getuigen niet kunnen ondervragen door het tijdsverloop en andere omstandigheden buiten de invloedssfeer van de verdediging, hetgeen eveneens noopt tot behoedzaamheid voor wat betreft (het gebruik van) deze verklaringen. Gezien het voorgaande acht de rechtbank de zich in het dossier bevindende getuigenverklaringen op zichzelf onvoldoende redengevend om aan te nemen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het tenlastegelegde. Het dossier bevat – naast de getuigenverklaringen – tevens telecomgegevens. Deze vormen echter, ook tezamen met de belastende getuigenverklaringen – zeker met inachtneming van de terughoudendheid waarmee in dit geval die getuigenverklaringen moeten worden beoordeeld –, onvoldoende bewijs voor het tenlastegelegde. Daarvoor acht de rechtbank de betreffende gegevens onvoldoende concreet, mede in het licht van de overige inhoud van het dossier. In dat oordeel heeft de rechtbank onder meer betrokken de omstandigheid dat het dossier (concrete) aanwijzingen bevat dat het slachtoffer conflicten (van uiteenlopende aard) had met andere personen dan verdachte, waaronder de door de raadsman in het kader van het aangevoerde alternatieve scenario genoemde alternatieve dader.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBZWB:2025:858, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 14-02-2025, 02-303534-22 (ontneming)
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Strafrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:817, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 14-02-2025, 02-303534-22
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Strafrecht
ECLI:NL:GHARL:2025:776, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 14-02-2025, 21-000941-21
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Strafrecht; Strafprocesrecht
ECLI:NL:RBNNE:2024:286, Rechtbank Noord-Nederland, 05-02-2024, 18-017926-23
Rechtbank Noord-Nederland · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
24 maart 2023
Instantie
Rechtbank AmsterdamRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
13/220180-21
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2023:1633