Juristi.nl

Rechtbank wijst bevoegdheidsincident af in pensioenverevening — RBAMS:2023:2081

pensioenverevening na echtscheiding / bevoegdheidsincident

Eiser / verzoeker

Eiseres (ex-vrouw)

VS

Verweerder / gedaagde

Gedaagde (ex-man)

De rechtbank wees het incident tot onbevoegdverklaring af en verklaarde zichzelf bevoegd kennis te nemen van de vorderingen, omdat de totale waarde van de vorderingen vermoedelijk meer dan 25.000 euro bedraagt.

  • De rechtbank is bevoegd omdat de vordering tot pensioenverevening een onbepaalde waarde heeft en er geen duidelijke aanwijzingen zijn dat het totaal onder de 25.000 euro blijft.
  • Bij meerdere vorderingen is het totale beloop beslissend voor de bevoegdheidsvraag ex artikel 94 lid 1 Rv.
  • De pensioenaanspraak over 18,5 jaar huwelijk maakt het zeer aannemelijk dat de totale vorderingswaarde de grens van 25.000 euro overschrijdt.
  • De man werd als ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten van het incident (598 euro).

Samenvatting

Een vrouw sleept haar ex-man voor de rechtbank in Amsterdam om haar deel van zijn ouderdomspensioen op te eisen. Het huwelijk duurde van februari 1997 tot juli 2015, een periode van ruim achttien jaar. Op grond van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding heeft de vrouw recht op de helft van het pensioen dat de man in die huwelijkse jaren heeft opgebouwd. Omdat zij destijds heeft nagelaten tijdig mededeling te doen aan het pensioenfonds, kan zij niet rechtstreeks bij het fonds aankloppen, maar kan zij haar ex-man wel via de rechter aanspreken tot betaling. Daarnaast vordert zij ruim elfduizend euro op basis van een bepaling in het Burgerlijk Wetboek over verzwegen vermogensbestanddelen.

Voordat de zaak inhoudelijk kon worden behandeld, wierp de man een procedurele drempel op. Hij stelde dat de rechtbank helemaal niet bevoegd is om over dit geschil te oordelen. Zijn redenering: de concrete geldvordering bedraagt slechts 11.439,90 euro, en zaken met een belang tot 25.000 euro worden normaal gesproken behandeld door de kantonrechter, niet door de gewone civiele kamer van de rechtbank.

De rechtbank ging hier niet in mee. Centraal in de beoordeling stond de vraag of de totale waarde van alle vorderingen boven of onder de grens van 25.000 euro uitkomt. Naast de bepaalde geldsom van ruim elfduizend euro had de vrouw namelijk ook een vordering ingesteld die niet in een vast bedrag is uitgedrukt: zij eiste de helft van het maandelijks uit te betalen ouderdomspensioen, zolang de man leeft. Die vordering heeft een onbepaalde waarde.

Volgens het wetboek van burgerlijke rechtsvordering is de civiele kamer van de rechtbank bevoegd bij vorderingen van onbepaalde waarde, tenzij er duidelijke aanwijzingen zijn dat het totale belang niet meer dan 25.000 euro bedraagt. De rechtbank redeneerde dat de pensioenaanspraak betrekking heeft op achttien-en-een-half jaar huwelijk, en dat bij een gemiddelde levensverwachting van een man van bijna tachtig jaar er nog zo'n vijftien jaar aan pensioenuitkeringen te verwachten valt. Die berekening maakt het zeer aannemelijk dat de vorderingen samen de grens van 25.000 euro ruimschoots overschrijden. Bovendien vallen de overige vorderingen — zoals de informatieverplichting over pensioengegevens — niet onder de bevoegdheid van de kantonrechter.

De incidentele vordering tot onbevoegdverklaring werd dan ook afgewezen. De rechtbank verklaarde zichzelf bevoegd en veroordeelde de man in de proceskosten van dit incident: 598 euro aan salaris voor de advocaat van de vrouw. De hoofdzaak, waarin de man zijn inhoudelijke verweer nog moet voeren, gaat door bij dezelfde rechtbank.

Betrokken advocaten

mr. B.J. den Hartog

eiseres

AKDP Advocaten, AMSTERDAM

mr. J.P. van der Kooij

gedaagde

Van der Kooij Besters Advocaten, AMSTERDAM

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

19 april 2023

Zaaknummer

C/13/728517 / HA ZA 23-68

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBAMS:2023:2081

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBAMS:2026:3240
Rechtbank Amsterdam·31 maart 2026
Civiel Recht; Personen- En Familierecht
RBAMS:2026:3008
Rechtbank Amsterdam·25 maart 2026
Civiel Recht; Personen- En Familierecht
RBAMS:2026:3009
Rechtbank Amsterdam·25 maart 2026
Civiel Recht; Personen- En Familierecht
RBAMS:2026:3005
Rechtbank Amsterdam·20 maart 2026
Civiel Recht; Personen- En Familierecht
RBAMS:2026:2920
Rechtbank Amsterdam·20 maart 2026
Civiel Recht; Personen- En Familierecht