ECLI:NL:RBAMS:2023:7906, Rechtbank Amsterdam, 25-07-2023, 22/4102 — RBAMS:2023:7906
Samenvatting
Uwv heeft maximale dwangsomvergoeding toegekend aan eiseres. Volgens eiseres had de dwangsomvergoeding overgemaakt moet worden aan haar gemachtigde. Oordeel rechtbank: De feitelijke betaling van de dwangsom is een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb. Een storting door de schuldenaar op een rechtsgeldig uitgesloten bankrekening van de schuldeiser kan toch als nakoming van de verbintenis worden aangemerkt, als de schuldeiser de betaling op die rekening niet rechtsgeldig weigert. De schuldeiser zal, als het bedrag toch volledig of ten dele te zijner beschikking is gekomen, de betaling op zijn rekening in beginsel slechts kunnen weigeren met terugbetaling van hetgeen waarmee hij aldus is verrijkt. De rechtbank is van oordeel dat het Uwv bevrijdend heeft betaald. Eiseres heeft met de machtiging niet haar eigen bankrekening jegens het Uwv uitgesloten voor het ontvangen van dwangsommen. De stelling van eiseres dat het Uwv in het verleden anders handelde en een aantal afdelingen van het Uwv nog steeds op die manier handelen, maakt de huidige handelswijze van het Uwv niet onrechtmatig. Het beroep is ongegrond.
Betrokken advocaten
mr. G. Kok
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHDHA:2024:670, Gerechtshof Den Haag, 21-05-2024, 200.315.381/01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:RBDHA:2018:14015, Rechtbank Den Haag, 28-11-2018, C-09-544211-HA ZA 17-1251
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:GHDHA:2018:303, Gerechtshof Den Haag, 27-02-2018, 200.213.492/01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:RBAMS:2017:5865, Rechtbank Amsterdam, 03-08-2017, C/13/619409 / HA RK 16-441
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
25 juli 2023
Instantie
Rechtbank AmsterdamRechtsgebied
Bestuursrecht; BestuursprocesrechtZaaknummer
22/4102
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2023:7906