ECLI:NL:RBAMS:2023:7966, Rechtbank Amsterdam, 29-11-2023, 13-200573-23 — RBAMS:2023:7966
Samenvatting
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag van de zoon van zijn toenmalige partner. Tijdens een ruzie heeft verdachte een vleesvork gepakt en daarmee in de borst van aangever gestoken. Aangever heeft daaraan een klaplong overgehouden, die met een drain moest worden behandeld. Het op deze manier handelen van verdachte is naar de uiterlijke verschijningsvorm zozeer gericht op de dood van aangever dat verdachte de aanmerkelijke kans op dat gevolg heeft aanvaard. De door de raadsvrouw genoemde contra-indicaties doen er niet aan af dat verdachte op het moment van het steken (voorwaardelijk) opzet had op de dood van aangever. De rechtbank vindt daarom de primair ten laste gelegde poging tot doodslag bewezen. De verdediging heeft een beroep gedaan op psychische overmacht ten tijde van het ten laste gelegde feit, waardoor verdachte niet strafbaar is voor zijn handelen en moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging. De rechtbank is van oordeel dat uit het verhandelde ter zitting en in het dossier geen steun te vinden is voor het verweer van de raadsvrouw dat bij verdachte sprake was van psychische overmacht. Verdachte is dan ook strafbaar. De rechtbank zal een lagere straf opleggen dan geëist door de officier van justitie. Het letsel kon vrij eenvoudig in het ziekenhuis worden behandeld en naar verwachting zal aangever van het letsel geen blijvende schade overhouden. Daarnaast is aangever die dag naar de woning van zijn moeder gegaan, terwijl hij wist, dan wel moest weten dat verdachte daar verbleef en er blijkbaar sprake was van een slechte verhouding tussen aangever en verdachte. Tenslotte heeft aangever een voorwerp in de richting van verdachtes toenmalige partner gegooid, waarop verdachte met de vleesvork aangever heeft gestoken. Dit alles maakt dat de rechtbank een gevangenisstraf van 18 maanden passend en geboden acht. Beslag. Vordering benadeelde partij, gedeeltelijke toewijzing tot 3.000,-. De rechtbank zal het toe te wijzen bedrag matigen, omdat de schade mede een gevolg is van omstandigheden die aan de benadeelde partij kunnen worden toegerekend.
Betrokken advocaten
mr. G. Dankers
openbaar ministerie
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBAMS:2026:603, Rechtbank Amsterdam, 28-01-2026, 13/158083-24
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2026:597, Rechtbank Amsterdam, 22-01-2026, 13/023004-22
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht; Materieel Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2026:429, Rechtbank Amsterdam, 22-01-2026, 13-283352-25
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht; Europees Strafrecht
ECLI:NL:RBNHO:2026:334, Rechtbank Noord-Holland, 20-01-2026, C15/371901/ FA RK 25/5918
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
29 november 2023
Instantie
Rechtbank AmsterdamRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
13-200573-23
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2023:7966