ECLI:NL:RBAMS:2024:2335, Rechtbank Amsterdam, 08-05-2024, C/13/722547 / HA ZA 22-717 — RBAMS:2024:2335
Samenvatting
Zorgplicht van de bank tegenover een derde. Van de bank kon pas worden gevergd dat zij tot onderzoek zou overgaan indien zij wist van het ongebruikelijke betalingsverkeer. In dat geval had de bank, gelet op de omvang van de gestorte bedragen en de contante opname daarvan, aanleiding moeten vinden om zelfstandig onderzoek te doen naar de vraag of sprake was van fraude. Wel van belang maar niet doorslaggevend is of de systemen van de bank voldeden aan de Wwft. De Wwft is gericht op een effectieve bestrijding van activiteiten die het gezag van de overheid ondermijnen. Een gevolg daarvan kan de ontdekking van gepleegde fraude zijn, maar de normen van de Wwft strekken niet tot bescherming tegen door fraude geleden schade.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHDHA:2023:750, Gerechtshof Den Haag, 18-04-2023, 200.286.722/01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2022:931, Gerechtshof Amsterdam, 29-03-2022, 200.284.947/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBAMS:2020:3337, Rechtbank Amsterdam, 08-07-2020, C/13/672073 / HA ZA 19-960
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2019:2224, Gerechtshof Amsterdam, 02-07-2019, 200.233.662/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
8 mei 2024
Instantie
Rechtbank AmsterdamRechtsgebied
Civiel Recht; OndernemingsrechtZaaknummer
C/13/722547 / HA ZA 22-717
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2024:2335