Tiener veroordeeld voor voorbereiding ontploffing en wapenbezit — RBAMS:2024:3605
jeugdstrafrecht / voorbereiding brandstichting of ontploffing / verboden wapenbezit
Eiser / verzoeker
Officier van justitie / Openbaar Ministerie
Verweerder / gedaagde
Verdachte (minderjarige, geboren 2008)
De minderjarige verdachte werd veroordeeld voor het voorbereiden van een ontploffing en het voorhanden hebben van een verboden wapen, waarbij de verweren van vrijwillige terugtred en psychische overmacht werden verworpen.
- De rechtbank achtte bewezen dat de zelfgemaakte vuurwerkbom (Cobra 6 met benzinefles) levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel opleverde voor de aanwezige bewoners van de woning.
- Het beroep op vrijwillige terugtred werd verworpen omdat de voorbereidingshandelingen niet door de wil van de verdachte eindigden, maar doordat het slachtoffer hem betrapte.
- Het beroep op psychische overmacht werd verworpen omdat de druk niet zodanig was dat de verdachte er geen weerstand aan kon bieden, mede omdat hij zelf koos mee te doen voor financieel gewin.
- De rechtbank legde 50 dagen jeugddetentie op waarvan 25 voorwaardelijk, een werkstraf van 80 uur en bijzondere voorwaarden waaronder een contactverbod met de medeverdachte, lager dan de eis van de officier van justitie.
Samenvatting
Een 15-jarige jongen uit Amsterdam stond op 7 mei 2024 terecht voor de rechtbank Amsterdam wegens het voorhanden hebben van een zelfgemaakte vuurwerkbom en het voorbereiden van een ernstig misdrijf. In de nacht van 25 februari 2024, rond kwart voor twee, werd de minderjarige verdachte aangetroffen op de Bastenakenstraat met een geïmproviseerde bom: een plastic fles gevuld met motorbenzine, vastgeplakt aan twee stuks zwaar vuurwerk van het type Cobra 6.
De bedoeling was om deze bom tot ontploffing te brengen voor de voordeur van de woning van een slachtoffer. Achter die voordeur bevonden zich op dat nachtelijke tijdstip de vrouw van het slachtoffer en vier minderjarige kinderen. Het slachtoffer betrapte de verdachte op heterdaad en hield hem aan, waarna de politie werd ingeschakeld.
De rechtbank achtte beide ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. De verdachte had zelf bekend, en zijn verklaring werd ondersteund door andere bewijsmiddelen. De rechtbank oordeelde dat de bom niet alleen gevaar voor goederen opleverde, maar ook levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de aanwezige bewoners. Twee Cobra's in combinatie met een fles benzine, midden in de nacht voor een woonhuis, is volgens de rechters een combinatie die aanmerkelijk gevaar voor ernstige gevolgen met zich meebrengt.
De verdediging voerde twee strafuitsluitingsgronden aan. Ten eerste stelde de advocaat dat er sprake was van vrijwillige terugtred: de jongen had op verschillende momenten tijdens de aanloop naar het misdrijf twijfels gekregen en geprobeerd terug te treden. De rechtbank verwierp dit verweer. De voorbereidingshandelingen werden immers niet door de wil van de verdachte gestopt, maar doordat het slachtoffer hem betrapte. Er was dus sprake van een externe factor, geen vrijwillige keuze.
Ten tweede beriep de verdediging zich op psychische overmacht: de jongen zou onder dusdanige druk hebben gestaan van anderen dat hij geen vrije wil had om te weigeren. Ook dit verweer werd verworpen. De rechtbank erkende dat de verdachte druk heeft ervaren, maar oordeelde dat deze druk niet zo zwaar was dat hij er redelijkerwijs geen weerstand aan kon bieden. Bovendien had de verdachte zelf gekozen mee te doen om snel geld te verdienen.
Bij de strafmaat hield de rechtbank rekening met de leeftijd van de verdachte — hij was pas 15 jaar — en met zijn persoonlijke omstandigheden. De officier van justitie had 100 dagen jeugddetentie geëist, waarvan 75 voorwaardelijk, aangevuld met een werkstraf van 100 uur. De rechtbank legde uiteindelijk een lagere straf op dan geëist: 50 dagen jeugddetentie waarvan 25 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar en diverse bijzondere voorwaarden, waaronder begeleiding, een weekrooster met avondklok en een contactverbod met de medeverdachte. Daarnaast werd een werkstraf van 80 uur opgelegd.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBAMS:2025:9484, Rechtbank Amsterdam, 20-11-2025, 8110698122
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:8918, Rechtbank Amsterdam, 19-11-2025, 13/039616-24
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:7916, Rechtbank Amsterdam, 29-10-2025, 13/380104-24
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht
ECLI:NL:GHSHE:2025:2864, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 16-10-2025, 200.353.779_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht; Arbeidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
7 mei 2024
Instantie
Rechtbank AmsterdamRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
13/065682-24
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2024:3605