Juristi.nl
ECLI:NL:RBAMS:2025:10778Civiel Recht; Insolventierecht

ECLI:NL:RBAMS:2025:10778, Rechtbank Amsterdam, 24-12-2025, C/13/765268 / HA ZA 25-686 — RBAMS:2025:10778

Samenvatting

[gefailleerde] is op 11 december 2018 in staat van faillissement verklaard. Hij hield op dat moment bij bunq acht bankrekeningen aan in zijn ‘personal bunq account’. De curator heeft bunq begin maart 2019 benaderd met het verzoek om een van de rekeningen op naam van [gefailleerde] te deblokkeren. Uiteindelijk heeft bunq het account gedeblokkeerd, waardoor [gefailleerde] al zijn rekeningen bij bunq (tijdelijk) weer heeft kunnen gebruiken en nieuwe rekeningen heeft kunnen openen. [gefailleerde] heeft vervolgens buiten het zicht van de curator voor een bedrag van opgeteld € 314.902,37 aan betalingen op deze rekeningen ontvangen en weer afgeschreven/opgenomen. De curator vordert dit bedrag in deze procedure van bunq. De curator grondt haar vordering op artikel 20, 23 en 24 van de Faillissementswet (Fw) en de jurisprudentie van de Hoge Raad, waaruit volgens haar volgt dat bunq de rekeningen op naam van [gefailleerde] geblokkeerd had moeten houden en het totaal aan debiteringen aan de boedel moet afdragen. bunq betwist de vordering van de curator en zegt dat de bank het account, en dus alle rekeningen van [gefailleerde], op verzoek van de curator en conform de voorwaarden van bunq heeft gedeblokkeerd. Ook betwist bunq dat de wettelijke bepalingen en jurisprudentie waarop de curator zich beroept meebrengen dat bunq gehouden is het gevorderde bedrag aan de boedel af te dragen. De vordering van de curator zal worden toegewezen, omdat bunq niet het hele account van [gefailleerde] had mogen activeren, de op de rekeningen op naam van [gefailleerde] bijgeschreven bedragen tot het vermogen van de failliet ([gefailleerde] behoren en de daaropvolgende debiteringen onbevoegd zijn gedaan. bunq is daarom verplicht het totaalbedrag aan debiteringen aan de boedel af te dragen.

Betrokken advocaten

mr. T.H. Roelen

eiser

KBS Advocaten, UTRECHT

mr. L.J.J. Kerstens

eiser

Rutgers & Posch, AMSTERDAM

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

24 december 2025

Zaaknummer

C/13/765268 / HA ZA 25-686

Procedure

Bodemzaak

ECLI

ECLI:NL:RBAMS:2025:10778

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBAMS:2026:664
Rechtbank Amsterdam·21 januari 2026
Civiel Recht; Insolventierecht
RBAMS:2026:707
Rechtbank Amsterdam·14 januari 2026
Civiel Recht; Insolventierecht
RBAMS:2025:11296
Rechtbank Amsterdam·10 december 2025
Civiel Recht; Insolventierecht
RBAMS:2025:7129
Rechtbank Amsterdam·8 oktober 2025
Civiel Recht; Insolventierecht
RBAMS:2025:7240
Rechtbank Amsterdam·19 september 2025
Civiel Recht; Insolventierecht