Juristi.nl
ECLI:NL:RBAMS:2025:227Strafrecht

ECLI:NL:RBAMS:2025:227, Rechtbank Amsterdam, 14-01-2025, 13/079310-21 — RBAMS:2025:227

Samenvatting

Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk in de strafvervolging m.b.t. feit 4, omdat het feit is verjaard. Verdachte wordt vrijgesproken van feiten 1 en 2. Het handelen van verdachte is niet strafbaar op grond van de artikelen 139a Sr en 139b Sr, omdat verdachte op 2 oktober 2014 en 9 oktober 2014 telkens een gespreksdeelnemer was. Nu niet is bewezen dat verdachte in strijd met voornoemde artikelen heeft gehandeld, is het bestanddeel “wederrechtelijk”, ex artikel 139e Sr, niet bewezen. Daarom wordt verdachte ook van feit 3 vrijgesproken. Bewezenverklaring van feit 5, te weten smaadschrift. De bewezenverklaarde uitlating is echter niet strafbaar en verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging.

Betrokken advocaten

mr. B.W.J. Krämer

verdachte

Kr�mer & Van Galen strafrechtadvocaten, AMSTERDAM

mr. A.M. Ruijs

verdachte

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

14 januari 2025

Rechtsgebied

Strafrecht

Zaaknummer

13/079310-21

Procedure

Eerste aanleg - meervoudig

ECLI

ECLI:NL:RBAMS:2025:227

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Ondernemer veroordeeld voor btw-fraude en NOW-oplichting
Rechtbank Amsterdam·2 april 2026
Strafrecht
Rechter heropent onderzoek in deepfake-bankfraudezaak
Rechtbank Amsterdam·31 maart 2026
Strafrecht
Nederlander uitgeleverd aan Oostenrijk voor plofkraak Salzburg
Rechtbank Amsterdam·31 maart 2026
Strafrecht
Amsterdamse jongere krijgt ISD-maatregel na reeks delicten
Rechtbank Amsterdam·31 maart 2026
Strafrecht