ECLI:NL:RBAMS:2025:2958, Rechtbank Amsterdam, 24-04-2025, 25-001099 — RBAMS:2025:2958
Samenvatting
Verzoek 530 Sv toegewezen. Volgens de jurisprudentie van het EHRM sinds het arrest Nealon & Hallam vs UK mag het oordeel van de rechtbank in deze procedure niet alsnog neerkomen op het uiten van de mening dat de (gewezen) verdachte schuldig is het plegen van een strafbaar feit. Wel mag de rechter inhoudelijke dossierstukken meewegen in de beoordeling of een schadevergoeding billijk is. De rechtbank beschikt echter niet over enig dossierstuk en kan dus ook aan de hand daarvan geen nadere afweging maken. Met andere woorden: de rechtbank moet het doen met hetgeen door de officier van justitie en de raadsman in deze procedure naar voren is gebracht. Gelet op de beperkte dossierinformatie is de rechtbank van oordeel dat gronden van billijkheid aanwezig zijn voor het verzochte. Verzoeker werd weliswaar verdacht van ernstige strafbare feiten, maar het Openbaar Ministerie heeft ervoor gekozen de zaak lange tijd niet te vervolgen en uiteindelijk te seponeren. Onder die omstandigheden is een vergoeding voor de kosten van een advocaat billijk te noemen. Dat geldt ook voor de uren die zijn geschreven voordat het dossier aan de raadsman was verstrekt. Het ging hier om een bijzonder ernstige verdenking van een weinig voorkomend strafbaar feit (ambtelijke corruptie). Bovendien werd verzoeker in verband gebracht met zware georganiseerde criminaliteit. Dat de raadsman enkele uren aan studie heeft gespendeerd, ook voordat het dossier was verstrekt, is niet alleen gepast, maar onder deze omstandigheden noodzakelijk bij een goede vervulling van het beroep van advocaat. De verzochte vergoeding voor de kosten van een advocaat zal dan ook in zijn geheel worden toegekend.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBAMS:2026:136, Rechtbank Amsterdam, 14-01-2026, 13-010049-25
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht; Europees Strafrecht
ECLI:NL:RBLIM:2025:12665, Rechtbank Limburg, 19-12-2025, 03.659255.17
Rechtbank Limburg · Strafrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:23095, Rechtbank Den Haag, 05-12-2025, 09/767072-17 (ontneming)
Rechtbank Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:22357, Rechtbank Den Haag, 27-11-2025, 09/767415-19
Rechtbank Den Haag · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
24 april 2025
Instantie
Rechtbank AmsterdamRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
25-001099
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2025:2958