ECLI:NL:RBAMS:2025:3497, Rechtbank Amsterdam, 28-05-2025, 13/079493-21 — RBAMS:2025:3497
Samenvatting
Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk in de strafvervolging van feit 4, omdat dit feit is verjaard. Verdachte wordt vrijgesproken van de feiten 1 en 2. De rechtbank is van oordeel dat in het licht van de nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachte, verdachte eveneens een beroep toekomt op de exceptie van de artikelen 139a Sr en 139b Sr. Het handelen van verdachte is daarom niet strafbaar op grond van de artikelen 139a Sr en 139b Sr. Nu niet is bewezen dat verdachte in strijd met voornoemde artikelen heeft gehandeld kan het bestanddeel ‘wederrechtelijk’ in de zin van artikel 139e Sr niet worden bewezen. Gelet hierop wordt verdachte van feit 3 vrijgesproken.
Betrokken advocaten
mr. A.M. Ruijs
verdachte
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBOVE:2024:1813, Rechtbank Overijssel, 03-04-2024, C/08/287480 HA ZA 22-374
Rechtbank Overijssel · Civiel Recht
ECLI:NL:RBAMS:2022:4000, Rechtbank Amsterdam, 13-07-2022, C/13/702688 / HA ZA 21-512
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBAMS:2021:5058, Rechtbank Amsterdam, 13-09-2021, C/13/707155 / KG ZA 21-751
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2020:1421, Gerechtshof Amsterdam, 02-06-2020, 200.243.005/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
28 mei 2025
Instantie
Rechtbank AmsterdamRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
13/079493-21
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2025:3497