ECLI:NL:RBAMS:2025:3798, Rechtbank Amsterdam, 22-05-2025, 8129625022 — RBAMS:2025:3798
Samenvatting
Verdachte heeft zich gedurende ruim zes jaar schuldig gemaakt aan het plegen van uitkeringsfraude (WIA). Het UWV heeft berekend dat hij hierdoor ten onrechte een bedrag van € 133.282,71 aan uitkeringsgelden heeft ontvangen. De rechtbank acht een taakstraf van 100 uren en daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden met een proeftijd van 2 jaren, passend en geboden. Door de overschrijding van de redelijke termijn zal de duur van de aan de verdachte op te leggen taakstraf worden gematigd tot 80 uren.
Betrokken advocaten
mr. S. van der Hart
verdachte
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBAMS:2025:4686, Rechtbank Amsterdam, 25-06-2025, 767978
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHDHA:2025:1680, Gerechtshof Den Haag, 03-04-2025, BK-23/1079
Gerechtshof Den Haag · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:GHDHA:2024:804, Gerechtshof Den Haag, 10-04-2024, BK-23/913
Gerechtshof Den Haag · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:HR:2023:1105, Hoge Raad, 18-08-2023, 22/00845
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
Gegevens
Datum uitspraak
22 mei 2025
Instantie
Rechtbank AmsterdamRechtsgebied
Strafrecht; Materieel StrafrechtZaaknummer
8129625022
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2025:3798