ECLI:NL:RBAMS:2025:6793, Rechtbank Amsterdam, 24-06-2025, AMS 25/3185 en 25/3410 — RBAMS:2025:6793
Samenvatting
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak de verzoeken toe, omdat de belangen van Prothya tot het treffen van voorlopige voorzieningen naar het oordeel van de voorzieningenrechter zwaarder wegen dan de belangen van de IGJ en de minister die pleiten tegen het treffen van een voorlopige voorziening. Een inhoudelijk oordeel over de bestreden besluiten laat de voorzieningenrechter over aan de meervoudige kamer van deze rechtbank, die de beroepen op 22 juli 2025 op zitting zal behandelen.
Betrokken advocaten
mr. H.L. van Zelst-de Vries
verweerder
mr. S. van Maren
verweerder
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2025:6384, Raad van State, 24-12-2025, 202403166/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBOBR:2025:8381, Rechtbank Oost-Brabant, 19-12-2025, SHE 23/924
Rechtbank Oost-Brabant · Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:6791, Rechtbank Amsterdam, 26-08-2025, AMS 25/3210 en AMS 25/3414
Rechtbank Amsterdam · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBNNE:2024:4446, Rechtbank Noord-Nederland, 05-11-2024, LEE 23/1488
Rechtbank Noord-Nederland · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
24 juni 2025
Instantie
Rechtbank AmsterdamRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
AMS 25/3185 en 25/3410
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2025:6793