Juristi.nl
ECLI:NL:RBAMS:2026:1242Civiel Recht; Verbintenissenrecht

ECLI:NL:RBAMS:2026:1242, Rechtbank Amsterdam, 22-01-2026, 11828517 \ KK EXPL 25-518 — RBAMS:2026:1242

Samenvatting

Mondeling vonnis. Betreft vordering tot betaling schadevergoeding. De stellingen die eiser aan de vordering ten grondslag legt, richten zich met name op een andere instantie dan gedaagde. Gedaagde heeft toegelicht dat zij niet gelijk gesteld kan worden aan deze instantie en heeft betwist dat zij de toezichthouder is, zodat zij ook in dat opzicht niet aansprakelijk gesteld kan worden voor de door eiser gestelde schade. Wat betreft het gevorderde voorschot op een vergoeding van de proceskosten, overweegt de kantonrechter dat het verwijt dat eiser gedaagde maakt, is dat zij bijzondere bijstand heeft afgewezen. Dit kan echter niet worden vastgesteld in deze procedure, omdat een onderbouwing daarvan ontbreekt. Voorts staat voor een dergelijke kwestie een bestuursrechtelijke procesgang open. Alle vorderingen worden afgewezen.

Betrokken advocaten

mr. P.H.A. Bonenkamp

eiser

Huisadvocaat, Gemeente Amsterdam, AMSTERDAM

mr. D.C. Vink

eiser

mr. J.P.C. van Dam van Isselt

eiser

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

22 januari 2026

Zaaknummer

11828517 \ KK EXPL 25-518

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBAMS:2026:1242

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBAMS:2026:2790
Rechtbank Amsterdam·18 maart 2026
Civiel Recht; Verbintenissenrecht
RBAMS:2026:2794
Rechtbank Amsterdam·17 maart 2026
Civiel Recht; Verbintenissenrecht
RBAMS:2026:2396
Rechtbank Amsterdam·13 maart 2026
Civiel Recht; Verbintenissenrecht
RBAMS:2026:2517
Rechtbank Amsterdam·11 maart 2026
Civiel Recht; Verbintenissenrecht
RBAMS:2026:3163
Rechtbank Amsterdam·11 maart 2026
Civiel Recht; Verbintenissenrecht