ECLI:NL:RBAMS:2026:146, Rechtbank Amsterdam, 15-01-2026, 81/311215-21 — RBAMS:2026:146
Samenvatting
Een 64-jarige man wordt veroordeeld voor het gewoontewitwassen van een totaalbedrag van € 1.310.365 over een periode van meerdere jaren door contante geldbedragen te storten op bankrekeningen van hemzelf of aan hem gelieerde vennootschappen. De rechtbank acht het standpunt van de verdediging dat het geld afkomstig is uit de verkoop tegen contant geld van (grotendeels) privébezittingen, zoals (klassieke) auto’s, kunst en antiek, niet aannemelijk. Wel spreekt de rechtbank verdachte partieel vrij van het medeplegen van het gewoontewitwassen. De rechtbank legt een gevangenisstraf op van 6 maanden en een taakstraf van 240 uren. Vanwege een overschrijding van de redelijke termijn met 41 maanden en de persoonlijke omstandigheden van verdachte is de gevangenisstraf lager dan door de officier is geëist.
Betrokken advocaten
mr. B.B.A. Frakking
verdachte
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBAMS:2026:35, Rechtbank Amsterdam, 08-01-2026, 13-261856-25
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht; Europees Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:10866, Rechtbank Amsterdam, 18-12-2025, 13/235907-25
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:7705, Rechtbank Amsterdam, 17-10-2025, 13/005158-23
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht; Materieel Strafrecht
ECLI:NL:RBOVE:2025:5655, Rechtbank Overijssel, 22-09-2025, 07.007126.95
Rechtbank Overijssel · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
15 januari 2026
Instantie
Rechtbank AmsterdamRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
81/311215-21
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2026:146