ECLI:NL:RBAMS:2026:2564, Rechtbank Amsterdam, 13-03-2026, AMS 24/2235 — RBAMS:2026:2564
Samenvatting
Beroep gegrond. De verleende omzettingsvergunning ziet op een nieuwe aanvraag in plaats van een gewijzigde aanvraag. De wijziging kan namelijk niet aangemerkt worden als wijziging van ondergeschikte aard aangezien een nieuw rechtsgevolg voortvloeit uit deze aanvraag. Door de wijziging heeft verweerder immers het wijk- pandquotum niet aan vergunninghouder tegengeworpen en is de vergunning verleend op basis van de geldende regelgeving ten tijde van de aanvraag van oktober 2019. Nu volgens de rechtbank sprake is van een nieuwe aanvraag had verweerder deze aanvraag moeten toetsen aan de hand van de geldende regelgeving ten tijde van de nieuwe aanvraag van 11 december 2023. Dit brengt met zich dat verweerder had moeten toetsen aan het op dat moment geldende wijk- en pandquotum voor het omzetten naar vier onzelfstandige woonruimten.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBAMS:2026:2673, Rechtbank Amsterdam, 11-03-2026, AMS 25/3390
Rechtbank Amsterdam · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBAMS:2026:2116, Rechtbank Amsterdam, 03-03-2026, AMS 24/6481
Rechtbank Amsterdam · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:5119, Rechtbank Midden-Nederland, 01-10-2025, C/16/59/7038 / FO RK 25-918
Rechtbank Midden-Nederland · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:7372, Rechtbank Amsterdam, 30-09-2025, AMS 25/917
Rechtbank Amsterdam · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
13 maart 2026
Instantie
Rechtbank AmsterdamRechtsgebied
Bestuursrecht; BestuursprocesrechtZaaknummer
AMS 24/2235
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2026:2564