ECLI:NL:RBAMS:2026:2638, Rechtbank Amsterdam, 10-03-2026, 13/011807-25 — RBAMS:2026:2638
Samenvatting
Vervolgings-EAB uit Duitsland. Artikel 2 OLW: het is voldoende duidelijk waarvoor de overlevering van de opgeëiste persoon wordt verzocht en de naleving van het specialiteitsbeginsel is hiermee voldoende gewaarborgd. Het enkele feit dat bij een paar feiten niet specifiek de straatnaam is vermeld, doet hier niet aan af. Artikel 7 OLW: het rijden zonder rijbevoegdheid op eigen terrein is naar Nederlands recht niet per definitie niet strafbaar. Daarvoor is blijkens jurisprudentie namelijk onder meer van belang wat de concrete omstandigheden van het geval zijn geweest. Op grond van de omschrijving van de feiten in het EAB is naar het oordeel van de rechtbank voldaan aan het vereiste van dubbele strafbaarheid, omdat de opgeëiste persoon zonder geldige rijbevoegdheid heeft deelgenomen aan het wegverkeer. Het is in dat verband niet aan de rechtbank om de concrete omstandigheden van het geval (nader) te onderzoeken. Overlevering toegestaan.
Betrokken advocaten
mr. K. van der Schaft
openbaar ministerie
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBAMS:2026:1338, Rechtbank Amsterdam, 05-02-2026, 1310736824
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht; Europees Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2026:1353, Rechtbank Amsterdam, 04-02-2026, 13/241391-25
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht; Europees Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2026:1350, Rechtbank Amsterdam, 04-02-2026, 13/299704-25
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht; Europees Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2026:1033, Rechtbank Amsterdam, 03-02-2026, 13-308330-25
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht; Internationaal Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
10 maart 2026
Instantie
Rechtbank AmsterdamRechtsgebied
Strafrecht; Europees StrafrechtZaaknummer
13/011807-25
Procedure
Eerste en enige aanleg
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2026:2638