Rechter heropent onderzoek in deepfake-bankfraudezaak — RBAMS:2026:3129
deepfake-bankfraude / valsheid in geschrifte / computercriminaliteit
Eiser / verzoeker
Openbaar Ministerie (officier van justitie mr. R. Willemsen)
Verweerder / gedaagde
Verdachte, geboren 1991, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland
De rechtbank heropent het onderzoek ter terechtzitting voor nader technisch onderzoek naar de telefoon van de verdachte en handhaaft de voorlopige hechtenis.
- Rechtbank heropent onderzoek omdat de verklaring van verdachte over het tijdstip van zijn wetenschap (pas vanaf 28 september 2025) technisch geverifieerd moet worden aan de hand van de iPhone-gegevens.
- Verdachte stelt dat belastende bestanden pas ná 28 september 2025 via Telegram op zijn telefoon zijn gedownload, wat de periode van zijn betrokkenheid zou beperken.
- Officier van justitie krijgt opdracht technisch onderzoek te laten uitvoeren naar het moment en de wijze waarop gegevens op het toestel van verdachte zijn terechtgekomen.
- Voorlopige hechtenis wordt gehandhaafd: ernstige bezwaren en gronden ex artikel 67a Sv bestaan nog steeds.
- Schorsing van het onderzoek voor onbepaalde tijd, met een maximum van drie maanden, vanwege bezet zittingsrooster en onderzoeksbehoeften.
Samenvatting
Een man zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland staat terecht voor een omvangrijke bankfraudezaak waarbij deepfake-technologie een centrale rol speelde. Hij wordt er samen met anderen van verdacht 47 bankrekeningen te hebben geopend op naam van nietsvermoedende mensen, door gebruik te maken van technologie die valse gezichtsbeelden kan genereren. Daarnaast zou hij valse identiteitsbewijzen hebben vervaardigd of vervalst, afbeeldingen van identiteitsbewijzen hebben bewaard en verspreid voor criminele doeleinden, en gestolen persoonsgegevens in zijn bezit hebben gehad. De vermeende feiten speelden zich af tussen maart en november 2025, in Amsterdam en ook in België en Italië.
De zaak leek op 17 maart 2026 inhoudelijk te zijn afgerond: het onderzoek ter terechtzitting was gesloten en de rechtbank was in beraadslaging gegaan. Maar daarna stuitte de rechtbank op een probleem. De verdachte had kort vóór de zitting een schriftelijke verklaring ingediend waarin hij een opvallend verweer voerde: hij zou pas vanaf 28 september 2025 hebben geweten dat hij aan strafbare handelingen meewerkte. In de periode daarvóór, zo stelde hij, handelde hij in onwetendheid. Op de zitting verklaarde hij bovendien dat de belastende bestanden op zijn telefoon pas ná die datum via de berichtendienst Telegram waren binnengekomen.
Die verklaring is voor de rechtbank niet zomaar te negeren. De vraag wanneer en hoe precies de gegevens op zijn telefoon zijn terechtgekomen, is cruciaal voor de beoordeling van zijn schuld en de periode waarvoor hij verantwoordelijk kan worden gehouden. De rechtbank wil daarom technisch laten onderzoeken wanneer de bestanden op het toestel zijn gezet en via welke weg dat is gebeurd. Zo kan worden vastgesteld of het verhaal van de verdachte klopt, of juist niet.
Omdat dit onderzoek nog niet was verricht toen het onderzoek ter terechtzitting werd gesloten, heeft de rechtbank besloten dat de zaak moet worden heropend. De rechtbank beveelt de officier van justitie opdracht te geven voor een nader technisch onderzoek naar het iPhone-toestel van de verdachte. De resultaten worden daarna besproken met zowel de verdediging als het Openbaar Ministerie.
Tijdens deze tussenfase blijft de verdachte vastzitten. De rechtbank heeft beoordeeld of de voorlopige hechtenis nog gerechtvaardigd is en die vraag bevestigend beantwoord: de ernstige bezwaren en de wettelijke gronden voor voortzetting van de detentie bestaan nog steeds. De zaak wordt voor onbepaalde tijd aangehouden, met een maximumtermijn van drie maanden, omdat zowel de drukte op het zittingsrooster als de benodigde tijd voor het onderzoek een kortere termijn onmogelijk maken.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBAMS:2026:1340, Rechtbank Amsterdam, 30-01-2026, 13/155625-25
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2026:709, Rechtbank Amsterdam, 28-01-2026, 13/139059-25
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht; Materieel Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:10502, Rechtbank Amsterdam, 23-12-2025, 13/165991-25
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:9098, Rechtbank Amsterdam, 25-11-2025, 13/173750-25, 13/158103-25 en 13/384254-24
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
31 maart 2026
Instantie
Rechtbank AmsterdamRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
13/326892-25
Procedure
Tussenuitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2026:3129