Rechter veroordeelt ex-bestuurder tot terugbetaling €110.000 aan beleggingsfonds — RBAMS:2026:3272
onverschuldigde betaling / bestuurdersaansprakelijkheid / beleggingsfonds
Eiser / verzoeker
Mahler Capital B.V.
Verweerder / gedaagde
[eiser 1] en [eiser 2] (Holding)
De holding van de voormalig bestuurder wordt veroordeeld tot terugbetaling van €110.000 plus €1.875 buitengerechtelijke kosten; de voormalig bestuurder persoonlijk tot vergoeding van circa €1.140 aan onbevoegde uitgaven; de reconventionele vordering tot inzage in bescheiden wordt afgewezen.
- Overboeking van €110.000 van fondsbankrekening naar persoonlijke holding zonder bestuurs- of AVA-besluit is onverschuldigd gedaan bij gebrek aan rechtsgrond
- Mondelinge leningsovereenkomst niet aannemelijk: partijen hadden als voorwaarden gesteld dat boekhouder financiële ruimte bevestigt én dat een schriftelijke overeenkomst wordt opgesteld, aan beide voorwaarden was niet voldaan
- Voormalig bestuurder persoonlijk aansprakelijk voor onbevoegd afgesloten WeWork-abonnement en privé-transacties ten laste van het fonds
- Reconventionele vordering tot inzage in financiële bescheiden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van het inzagerecht
- Spoedeisend belang bij geldvordering in kort geding aanvaard vanwege financieringsbehoefte fonds mede door gedaalde cryptomarkt
Samenvatting
Een voormalig bestuurder van het Amsterdamse beleggingsfonds Mahler Capital heeft in november 2025 eigenhandig €110.000 overgeboekt van de rekening van het fonds naar haar persoonlijke holding. Zij deed dat zonder toestemming van haar medebestuurders en zonder enig formeel besluit. Als omschrijving bij de overboeking vulde zij 'lening/compensatie' in — een formulering die later vragen zou oproepen.
Nadat de andere bestuurders van Mahler Capital de overboeking ontdekten, eisten zij het geld binnen 48 uur terug. Dat verzoek werd niet ingewilligd. De verhoudingen tussen de bestuurders verslechterden snel: de vertrekkende bestuurder stelde haar voormalige collega's aansprakelijk wegens onbehoorlijk bestuur, legde haar functie neer en deed aangifte bij de politie wegens verdenking van oplichting, verduistering en fiscale delicten, met het verzoek ook de FIOD te betrekken.
Mahler Capital stapte vervolgens naar de rechter. In kort geding voerde de voormalig bestuurder aan dat de overboeking was gebaseerd op een mondelinge leningsovereenkomst die in het weekend vóór de overboeking tot stand zou zijn gekomen. Ze verwees daarvoor naar een WhatsApp-bericht van een medebestuurder en naar transcripties van gesprekken op de vrijdag en zaterdag daarvoor, waarin over een lening, looptijd en rente was gesproken.
De voorzieningenrechter ging daar niet in mee. Uit het WhatsApp-bericht bleek slechts een persoonlijk aanbod van één van de medebestuurders om geld te lenen vanuit zijn eigen holding — niet van Mahler Capital. De gesprekstranscripties toonden wel de intentie om een lening te verstrekken, maar ook dat partijen als voorwaarde hadden gesteld dat zou worden gecontroleerd of Mahler Capital dat financieel kon dragen en dat er een schriftelijke overeenkomst zou worden opgesteld. Aan beide voorwaarden was niet voldaan. De voormalig bestuurder had zelf, zonder verificatie door de boekhouder, geconcludeerd dat het fonds de lening kon dragen — dat was onvoldoende. Bovendien was er nooit een getekende leningsovereenkomst gekomen. De dubbelzinnige omschrijving 'lening/compensatie' bij de overboeking paste ook niet bij de stelling dat er al duidelijke overeenstemming was.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de betaling onverschuldigd was gedaan en dat Mahler Capital vanwege haar financieringsbehoefte — mede door de gedaalde cryptomarkt — spoedeisend belang had bij terugbetaling. Naast de €110.000 moest de voormalig bestuurder persoonlijk ook de kosten vergoeden van een WeWork-kantoorabonnement dat zij zonder bevoegdheid had afgesloten, en van twee privé-aankopen die zij via Apple Pay ten laste van Mahler Capital had gedaan: een aankoop bij Coolblue van €33,99 en een etentje bij restaurant Le Grand George van €75.
De reconventionele vordering — waarbij de voormalig bestuurder en haar holding inzage eisten in financiële bescheiden van Mahler Capital — werd afgewezen omdat onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat aan de wettelijke vereisten voor dat inzagerecht was voldaan.
Uiteindelijk veroordeelde de rechtbank de persoonlijke holding van de voormalig bestuurder tot terugbetaling van €110.000 plus buitengerechtelijke kosten van €1.875, vermeerderd met wettelijke rente. De voormalig bestuurder zelf werd persoonlijk veroordeeld tot vergoeding van het WeWork-abonnement en de privé-transacties, en beide partijen werden in de proceskosten veroordeeld.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBAMS:2026:3150, Rechtbank Amsterdam, 11-03-2026, 779683
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBAMS:2026:2517, Rechtbank Amsterdam, 11-03-2026, C/13/771082 / HA ZA 25-1186
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBAMS:2026:2641, Rechtbank Amsterdam, 10-03-2026, 13/347461-25
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht; Europees Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2026:2642, Rechtbank Amsterdam, 10-03-2026, 13/042569-26
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht; Europees Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
2 april 2026
Instantie
Rechtbank AmsterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
783813
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2026:3272