Juristi.nl

Rechtbank staat overlevering Poolse man aan Polen toe met terugkeergarantie — RBAMS:2026:3301

Europees aanhoudingsbevel / overlevering met terugkeergarantie en gelijkstelling Nederlander

Eiser / verzoeker

Officier van justitie (vordering tot overlevering)

VS

Verweerder / gedaagde

Opgeëiste persoon (Poolse man)

Rechtbank oordeelt in tussenuitspraak dat aan alle voorwaarden voor gelijkstelling met een Nederlander is voldaan en dat de verstrekte terugkeer- en detentiegaranties voldoende zijn om overlevering aan Polen toe te staan.

  • Opgeëiste persoon voldoet aan beide voorwaarden voor gelijkstelling met een Nederlander: vijf jaar ononderbroken rechtmatig verblijf en geen verwacht verlies van verblijfsrecht
  • IND bevestigt dat duurzaam EU-verblijfsrecht niet verloren gaat door de strafbare feiten waarvoor overlevering wordt gevraagd
  • Geen individueel reëel gevaar voor schending eerlijk proces in Polen vastgesteld, ondanks erkende structurele gebreken in Poolse rechterlijke macht
  • Rechtbank erkent algemeen gevaar van schending grondrechten in Pools remand-regime (3 m² per persoon, 23 uur celopsluiting), maar vraagt concrete garanties per detentielocatie
  • Poolse aanklager verstrekte voldoende terugkeergarantie: bij veroordeling mag straf in Nederland worden uitgezeten

Samenvatting

Een Poolse man die in Nederland woont, moet worden overgeleverd aan Polen op verzoek van een Poolse rechtbank. Polen verdenkt hem van illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen. De Rechtbank Amsterdam heeft in een tussenuitspraak geoordeeld over de voorwaarden waaronder die overlevering kan plaatsvinden.

De zaak draait om twee Europese aanhoudingsbevelen (EAB's) die Polen heeft uitgevaardigd tegen de man. In deze uitspraak gaat het om het tweede EAB, uitgevaardigd op 5 november 2025 door een rechtbank in Warschau. De man verblijft al langere tijd in Nederland, heeft hier een partner en huurt een woning. Hij werkte tussen 2020 en 2024 fulltime en heeft daardoor een duurzaam EU-verblijfsrecht opgebouwd.

De verdachte verzocht de rechtbank om hem gelijk te stellen met een Nederlander. Dat is relevant omdat een dergelijke gelijkstelling ervoor kan zorgen dat hij een eventuele gevangenisstraf na overlevering in Nederland mag uitzitten in plaats van in Polen. Voor die gelijkstelling gelden twee voorwaarden: hij moet minimaal vijf jaar ononderbroken rechtmatig in Nederland hebben gewoond, en er mag geen verwachting zijn dat hij zijn verblijfsrecht verliest als gevolg van de straf die hem mogelijk wordt opgelegd.

Aan beide voorwaarden is voldaan. De rechtbank stelde op basis van UWV-gegevens en belastingaanslagen vast dat de man inderdaad vijf jaar rechtmatig in Nederland heeft verbleven. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) bevestigde in een brief dat zijn duurzame EU-verblijfsrecht niet in gevaar komt door de strafbare feiten waarvoor hij wordt verdacht. Daarmee kon de man worden gelijkgesteld met een Nederlander voor de doeleinden van de overleveringswetgeving.

Daarnaast diende de rechtbank te beoordelen of overlevering aan Polen verantwoord is gelet op de situatie van de rechtsstaat en de detentieomstandigheden daar. Ten aanzien van de onafhankelijkheid van de Poolse rechterlijke macht erkende de rechtbank dat er structurele problemen bestaan, maar de man heeft geen concrete feiten aangevoerd waaruit blijkt dat zijn eigen zaak daardoor negatief zal worden beïnvloed. Er is daarom geen individueel reëel gevaar voor hem op een oneerlijk proces.

Over de detentieomstandigheden in Polen was de rechtbank kritischer. Zij heeft eerder vastgesteld dat er een algemeen reëel gevaar bestaat voor schending van grondrechten van voorlopig gedetineerden in Polen, omdat zij in meerpersoonscellen slechts drie vierkante meter persoonlijke ruimte krijgen en vrijwel de hele dag opgesloten zitten. De rechtbank vroeg daarom om concrete informatie over de gevangenis waar de man na overlevering waarschijnlijk zou worden geplaatst: het detentiecentrum Warsaw-Służewiec. De Poolse gevangenisdienst bevestigde dat de man daar zou worden ondergebracht onder dezelfde omstandigheden als in het eerder behandelde eerste EAB.

De uitspraak is een tussenuitspraak: de rechtbank heeft nog niet definitief beslist over de overlevering zelf, maar heeft de relevante garanties beoordeeld. De Poolse aanklager heeft schriftelijk bevestigd dat de man, als hij wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, die straf in Nederland mag uitzitten. De rechtbank oordeelde dat deze terugkeergarantie voldoende is en dat de overlevering op grond daarvan kan worden toegestaan.

Betrokken advocaten

mr. S. de Goede

verdachte

Sneep Advocaten, BREDA

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

2 april 2026

Zaaknummer

13-033144-26

Procedure

Eerste en enige aanleg

ECLI

ECLI:NL:RBAMS:2026:3301

Bekijk op rechtspraak.nl
Adv.Ynvest Fund

Investeer in obligaties met hypothecaire zekerheden

  • 6% vast rendement
  • Stevige zekerheden
  • Kwartaalbetalingen
  • Vanaf €30.000
Meer informatie

Beleggen brengt risico's met zich mee. U kunt uw inleg verliezen.

Recente uitspraken

Rechtbank staat overlevering Roemeen aan Italië toe
Rechtbank Amsterdam·2 april 2026
Strafrecht; Internationaal Strafrecht
Rechtbank weigert uitlevering Roemeen aan Italië om voorwaardelijke verzetgarantie
Rechtbank Amsterdam·2 april 2026
Strafrecht; Internationaal Strafrecht
Rechtbank staat overlevering Roemeen aan Italië toe voor diefstal en valsheid
Rechtbank Amsterdam·2 april 2026
Strafrecht; Internationaal Strafrecht
Rechtbank Amsterdam staat overlevering Poolse man aan Polen toe
Rechtbank Amsterdam·2 april 2026
Strafrecht; Internationaal Strafrecht
Rechtbank staat overlevering Roemeen aan Italië toe ondanks verstek hoger beroep
Rechtbank Amsterdam·2 april 2026
Strafrecht; Internationaal Strafrecht