Speelgoedwinkel verliest NOW-subsidiegeschil om twee loonheffingsnummers — RBAMS:2026:3395
NOW-subsidie / definitieve vaststelling en terugvordering loonsubsidie
Eiser / verzoeker
Speelgoedwinkel B.V. (eiseres)
Verweerder / gedaagde
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid / UWV
Beide beroepen zijn ongegrond verklaard; de NOW-3-subsidie blijft vastgesteld per loonheffingsnummer en de terugvordering van €274.053 blijft in stand.
- NOW-subsidie wordt vastgesteld per loonheffingsnummer; samenvoegen van loonsommen van meerdere nummers binnen één onderneming is niet mogelijk.
- Stijging van de loonsom op loonheffingsnummer 1 (vaste medewerkers) compenseert niet de daling op loonheffingsnummer 2 (oproepkrachten); werkgelegenheid op LO2 is niet behouden.
- De grofmazige en geautomatiseerde opzet van de NOW-regeling laat geen individueel maatwerk toe in de situatie van eiseres.
- Geen sprake van onevenredige uitkomst: eiseres kon de terugvordering van €274.053 in één keer terugbetalen en hoefde geen betalingsregeling te treffen.
Samenvatting
Een speelgoedwinkel was het niet eens met de manier waarop het UWV haar NOW-3-subsidie had vastgesteld. De winkel maakte gebruik van twee aparte loonheffingsnummers: één voor vaste medewerkers en één voor oproepkrachten. De rechtbank Amsterdam moest beoordelen of het UWV de loonsommen van beide nummers had moeten samenvoegen bij de berekening van de subsidie.
Tijdens de coronalockdowns werden de winkels gesloten en konden oproepkrachten minder of helemaal niet worden ingezet. Daardoor daalde de loonsom op het tweede loonheffingsnummer. Tegelijkertijd opende de speelgoedwinkel nieuwe vestigingen en nam zij extra vaste medewerkers aan, waardoor de loonsom op het eerste nummer juist steeg. Op totaalniveau was de loonsom van het bedrijf nauwelijks gedaald, maar per loonheffingsnummer bezien was er bij de oproepkrachten wel degelijk sprake van een daling.
Het UWV stelde de subsidie vast per loonheffingsnummer. Voor de vaste medewerkers kreeg de winkel zelfs een nabetaling van ruim €161.000 omdat de loonsom daar hoger uitviel dan het voorschot. Voor de oproepkrachten moest de winkel echter €274.053 terugbetalen, omdat de loonsom daar lager was dan verwacht en het voorschot te hoog was geweest.
De speelgoedwinkel betoogde dat het onderscheid in loonheffingsnummers puur administratief van aard was — bedoeld om oproepkrachten eerder te kunnen uitbetalen. In werkelijkheid beschouwde zij alle medewerkers als één geheel. Bovendien had zij op totaalniveau de werkgelegenheid wel degelijk behouden en zelfs uitgebreid. De winkel vroeg om maatwerk: stel de subsidie vast op basis van de gecombineerde loonsom.
De rechtbank ging hier niet in mee. Zij verwees naar een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep uit 2025, waarin is vastgesteld dat de NOW-regeling bewust is ingericht per loonheffingsnummer. De loongegevens zijn nu eenmaal per nummer geregistreerd in de polisadministratie, en dit systeem maakt een eenvoudige en geautomatiseerde uitvoering mogelijk. De omstandigheid dat de winkel het onderscheid alleen om praktische redenen had gemaakt, doet daar niet aan af.
Ook het argument dat de nieuwe vaste medewerkers de terugval bij oproepkrachten zouden compenseren, verwierp de rechtbank. De nieuwe medewerkers staan los van de oproepkrachten die minder werden ingezet. De werkgelegenheid in de categorie oproepkrachten is simpelweg niet behouden, en dat is nu juist het doel van de NOW-regeling. Het aannemen van nieuwe mensen elders in het bedrijf maakt dat niet goed.
Ten slotte beriep de winkel zich op haar moeilijke financiële situatie. De coronacrisis had haar diep in de schulden gebracht — bij leveranciers, bij de Belastingdienst en elders. De rechtbank erkende dat de winkel het zwaar had gehad, maar oordeelde dat er geen sprake was van een onevenredige uitkomst. De winkel had het terugvorderingsbedrag in één keer kunnen terugbetalen, zonder dat een betalingsregeling nodig was. Sindsdien is haar financiële situatie zelfs verbeterd.
De rechtbank verklaarde beide beroepen ongegrond. De speelgoedwinkel krijgt het griffierecht niet terug en ontvangt geen proceskostenvergoeding.
Betrokken advocaten
mr. S. Elfert
verweerder
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBAMS:2025:9395, Rechtbank Amsterdam, 28-11-2025, AMS 25/1086
Rechtbank Amsterdam · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBOBR:2025:2160, Rechtbank Oost-Brabant, 10-04-2025, 24/690
Rechtbank Oost-Brabant · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:812, Rechtbank Amsterdam, 10-02-2025, 24/4353
Rechtbank Amsterdam · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBAMS:2024:7502, Rechtbank Amsterdam, 05-12-2024, 24/836
Rechtbank Amsterdam · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
8 april 2026
Instantie
Rechtbank AmsterdamRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
23/4673, 23/4678
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2026:3395