ECLI:NL:RBBRE:2012:CA1929, Rechtbank Breda, 27-12-2012, 11/6485 — RBBRE:2012:CA1929
Samenvatting
Ontvankelijkheid bezwaar De rechtbank acht aannemelijk dat de aanslag naar het juiste adres is verzonden. Belanghebbende heeft ter zitting verklaard dat hij niet weet of hij de aanslag heeft ontvangen en dat een te late indiening van het bezwaarschrift niet met opzet is gebeurd. Belanghebbende heeft voorts verklaard dat hij op het adres een kamer huurde en één brievenbus met de overige kamerbewoners deelde. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de inspecteur het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank acht belanghebbende namelijk niet erin geslaagd het vermoeden van ontvangst of aanbieding van de aanslag te ontzenuwen en de rechtbank is geen reden voor rechtvaardiging van die termijnoverschrijding bekend geworden.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
Hoge Raad verwerpt cassatie in WW-geschil met UWV
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:HR:2026:473, Hoge Raad, 20-03-2026, 25/02774
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:HR:2026:415, Hoge Raad, 13-03-2026, 24/01523
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:HR:2026:136, Hoge Raad, 30-01-2026, 24/01455
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
Gegevens
Datum uitspraak
27 december 2012
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtsgebied
Bestuursrecht; BelastingrechtZaaknummer
11/6485
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBBRE:2012:CA1929