ECLI:NL:RBDHA:2016:13029, Rechtbank Den Haag, 14-10-2016, AWB - 16 _ 3216 — RBDHA:2016:13029
Samenvatting
De rechtbank overweegt dat in artikel 1.49, derde lid, aanhef en onder b, van de Wkkp - kort gezegd - is bepaald dat het gastouderbureau zorg draagt voor het doorgeleiden van de betalingen van ouders aan gastouders. Dit is de zogeheten kassiersfunctie. Uit de memorie van toelichting blijkt dat de wetgever het, vanuit een oogpunt van misbruik en oneigenlijk gebruik, onwenselijk acht dat een rechtstreekse geldstroom bestaat tussen de vraagouder en de gastouder. In artikel 11, derde lid, aanhef en onder d en e, van de Regeling Wkkp is dit vereiste nader uitgewerkt in die zin, dat alle betalingen per bank dienen plaats te vinden. Uit de toelichting op de Regeling waarbij dit vereiste is gevoerd, blijkt dat contante betalingen niet meer zijn toegestaan. Nu uit de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat niet volgens deze wijze is gehandeld en betalingen door eiseres om haar moverende redenen (deels) contant zijn verricht, heeft verweerder terecht het standpunt ingenomen dat niet is voldaan aan de kassiersfunctie.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBNNE:2026:295, Rechtbank Noord-Nederland, 28-01-2026, 25/576
Rechtbank Noord-Nederland · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:26706, Rechtbank Den Haag, 18-12-2025, C/09/694105 / FA RK 25-8334
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:26471, Rechtbank Den Haag, 15-12-2025, C/09/657712 / FA RK 23-8782
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:RBDHA:2025:26359, Rechtbank Den Haag, 12-12-2025, C/09/647564 / FA RK 23-3466
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
Gegevens
Datum uitspraak
14 oktober 2016
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
AWB - 16 _ 3216
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2016:13029