ECLI:NL:RBDHA:2016:15628, Rechtbank Den Haag, 13-12-2016, AWB - 16 _ 5152 — RBDHA:2016:15628
Samenvatting
De rechtbank is van oordeel dat verweerder terecht heeft gesteld dat met wat door eiseres is overgelegd niet kan worden vastgesteld of eiseres daadwerkelijk de huur heeft voldaan. Zoals de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft overwogen, dienen contante betalingen bewezen te worden, welk bewijs kan worden geleverd door kwitanties en daarmee corresponderende bewijzen van geldopnames. Uit de door eiseres overgelegde kwitanties blijkt dat de huur steeds zou zijn betaald op de eerste van de maand. Uit de bankafschriften blijkt dat eiseres telkens op willekeurige dagen van de maand een bedrag heeft opgenomen dat hoger is dan de door haar te betalen huur. De rechtbank is van oordeel dat de door eiseres overgelegde bankafschriften en kwitanties niet op voldoende objectieve wijze zijn te koppelen aan de door haar gestelde contante betalingen.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBNNE:2021:4824, Rechtbank Noord-Nederland, 08-11-2021, LEE 21/1457
Rechtbank Noord-Nederland · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBDHA:2016:13029, Rechtbank Den Haag, 14-10-2016, AWB - 16 _ 3216
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBDHA:2016:10425, Rechtbank Den Haag, 25-08-2016, 16_927 HUUR
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBDHA:2016:10423, Rechtbank Den Haag, 25-08-2016, 16_903 HUUR en ZORG
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
13 december 2016
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
AWB - 16 _ 5152
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2016:15628