Juristi.nl
ECLI:NL:RBDHA:2016:15628Bestuursrecht

ECLI:NL:RBDHA:2016:15628, Rechtbank Den Haag, 13-12-2016, AWB - 16 _ 5152 — RBDHA:2016:15628

Samenvatting

De rechtbank is van oordeel dat verweerder terecht heeft gesteld dat met wat door eiseres is overgelegd niet kan worden vastgesteld of eiseres daadwerkelijk de huur heeft voldaan. Zoals de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft overwogen, dienen contante betalingen bewezen te worden, welk bewijs kan worden geleverd door kwitanties en daarmee corresponderende bewijzen van geldopnames. Uit de door eiseres overgelegde kwitanties blijkt dat de huur steeds zou zijn betaald op de eerste van de maand. Uit de bankafschriften blijkt dat eiseres telkens op willekeurige dagen van de maand een bedrag heeft opgenomen dat hoger is dan de door haar te betalen huur. De rechtbank is van oordeel dat de door eiseres overgelegde bankafschriften en kwitanties niet op voldoende objectieve wijze zijn te koppelen aan de door haar gestelde contante betalingen.

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

13 december 2016

Rechtsgebied

Bestuursrecht

Zaaknummer

AWB - 16 _ 5152

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2016:15628

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Wrakingsverzoek afgewezen: rechter mocht kritische vragen stellen
Rechtbank Den Haag·30 mrt 2026
Bestuursrecht
RBDHA:2026:5836
Rechtbank Den Haag·18 mrt 2026
Bestuursrecht
RBDHA:2026:5109
Rechtbank Den Haag·13 mrt 2026
Bestuursrecht
RBDHA:2026:5316
Rechtbank Den Haag·12 mrt 2026
Bestuursrecht
RBDHA:2026:6241
Rechtbank Den Haag·12 mrt 2026
Bestuursrecht