ECLI:NL:RBDHA:2016:16611, Rechtbank Den Haag, 02-11-2016, AWB 16_8694 — RBDHA:2016:16611
Samenvatting
Eis gezinsvorming voor binnenkomst niet in strijd met Gezinsherenigingsrichtlijn. Eiseres heeft aangevoerd dat de per 25 november 2013 in de wet vastgelegde eis dat zij tot het gezin van referent moet behoren voordat referent Nederland is ingereisd een heroverweging is van de implementatie van de Gezinsherenigingsrichtlijn in strijd met diens nuttig effect, nu aanvankelijk niet is gekozen voor implementatie van de optionele beperking van artikel 9, tweede lid, van de richtlijn. Ook maakt de eis ongerechtvaardigd onderscheid tussen al getrouwde en niet al getrouwde asielzoekers en is daarmee in strijd met artikel 8 jo. artikel 14 EVRM. De rechtbank overweegt dat uit de wetsgeschiedenis valt af te leiden dat aanvankelijk al voor de genoemde optionele beperking is gekozen en dat er dus geen sprake is van een heroverweging van de implementatie van de Gezinsherenigingsrichtlijn. Ook is de eis niet in strijd met het EVRM nu gezinshereniging hiermee niet onmogelijk wordt gemaakt zoals in het arrest van het EHRM Hode en Abdi tegen het VK.
Betrokken advocaten
mr. L. Mol
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:2124, Rechtbank Den Haag, 27-01-2026, NL24.15245
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1417, Rechtbank Den Haag, 26-01-2026, NL24.37904
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RVS:2025:6308, Raad van State, 29-12-2025, 202400024/1/V3
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RVS:2025:5899, Raad van State, 04-12-2025, 202303123/1/V1
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
2 november 2016
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
AWB 16_8694
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2016:16611