ECLI:NL:RBDHA:2018:14987, Rechtbank Den Haag, 17-12-2018, NL18.19370 — RBDHA:2018:14987
Samenvatting
Dublin; Italië; decreet; niet-kwetsbare asielzoeker. Staat het Italiaanse wetsdecreet, op grond waarvan sommige categorieën vreemdelingen worden uitgesloten van opvang in een SPRAR-locatie, in de weg aan overdracht van een niet-kwetsbare asielzoeker aan Italië? De rechtbank stelt vast dat eiser het standpunt van verweerder dat niet-kwetsbare asielzoekers voor inwerkingtreding van het decreet ook al niet in aanmerking kwamen voor opvang in een SPRAR-locatie niet betwist. Door het uitsluiten van bepaalde categorieën vreemdelingen van deze opvang wordt eiser, als niet-kwetsbaar persoon, dus niet in directe zin getroffen, omdat niet-kwetsbare asielzoekers net als voorheen aangewezen zijn op de CAS- of de CARA-opvangfaciliteiten. De algehele omstandigheden in het Italiaanse opvangsysteem, en dus ook in de reguliere CAS- of CARA-opvang, zijn niet zodanig dat die in de weg staan aan overdracht. Eiser stelt verder dat de maatregelen tot gevolg hebben dat (kwetsbare) asielzoekers opgevangen moeten worden in reguliere opvangcentra. Daardoor zijn minder opvangplekken beschikbaar voor overige asielzoekers en loopt eiser naar eigen zeggen bij overdracht het reële risico verstoken te blijven van opvang. De rechtbank is van oordeel dat eiser dit betoog onvoldoende heeft onderbouwd. Uit de door eiser overgelegde stukken blijkt niet dat er concrete aanwijzingen zijn dat Dublinclaimanten, zoals eiser, na overdracht ten gevolge van de nieuwe maatregelen verstoken zullen blijven van opvang. Dit kan ook niet worden afgeleid uit de vermelding in artikel 12, zevende lid, van het decreet dat de realisatie van de voorschriften die in dit artikel worden genoemd niet mogen leiden tot nieuwe of hogere kosten voor de openbare financiën. Het is aan eiser om (met stukken) aannemelijk te maken dat er concrete aanwijzingen zijn dat Italië zijn internationale (opvang)verplichtingen niet nakomt. Nu die onderbouwing ontbreekt, ligt het niet op de weg van verweerder om onderzoek te verrichten naar de gevolgen van het decreet voor de opvang van over te dragen niet-kwetsbare asielzoekers. Eiser heeft ook gewezen op de maatregel in het decreet om de (nationale) humanitaire verblijfsstatus af te schaffen. Verweerder heeft terecht gesteld dat het betoog van eiser dat deze afschaffing zal leiden tot een toename van asielaanvragen niet van een nadere onderbouwing is voorzien en dus speculatief is. In het licht hiervan bestond voor verweerder in zoverre evenmin aanleiding om nader onderzoek te verrichten naar de gevolgen van het decreet.
Betrokken advocaten
mr. F.S. Schoot
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:24019, Rechtbank Den Haag, 12-12-2025, NL25.29056 en NL25.37243
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:22283, Rechtbank Den Haag, 21-11-2025, NL25.12365
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:20503, Rechtbank Den Haag, 31-10-2025, NL25.15042
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:18528, Rechtbank Den Haag, 02-10-2025, NL24.46828
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
17 december 2018
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL18.19370
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2018:14987