ECLI:NL:RBDHA:2019:6261, Rechtbank Den Haag, 27-05-2019, AWB - 18 _ 5699 — RBDHA:2019:6261
Samenvatting
Eiser is huurder van de woning. In geschil is de WOZ-waarde van de woning. De rechtbank heeft de zogenoemde derde-partij, de verhuurder van de woning, uitgenodigd om deel te nemen aan de onderhavige procedure. Derde belanghebbende is op deze uitnodiging ingegaan. De rechtbank oordeelt dat er een leemte in de rechtsbescherming is nu er in de Algemene wet rijksbelastingen geen bepaling is opgenomen vergelijkbaar met artikel 8:26 Algemene wet bestuursrecht (Awb) en oordeelt dat artikel 8:26 Awb van overeenkomstige toepassing dent te zijn op deze procedure. Het had op de weg van verweerder gelegen om derde belanghebbende in de gelegenheid te stellen zich over het geschil uit te laten. Aangezien derde belanghebbende in beroep als procespartij heeft deelgenomen aan het geding verbindt de rechtbank hieraan geen verdere gevolgen.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBNHO:2026:94, Rechtbank Noord-Holland, 07-01-2026, 11678586
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:RBOVE:2019:4827, Rechtbank Overijssel, 20-12-2019, ak_18 _ 2327
Rechtbank Overijssel · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:RBMNE:2019:5008, Rechtbank Midden-Nederland, 24-10-2019, UTR 18/2890
Rechtbank Midden-Nederland · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:RBDHA:2019:6262, Rechtbank Den Haag, 27-05-2019, AWB - 18 _ 5291
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Belastingrecht
Gegevens
Datum uitspraak
27 mei 2019
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; BelastingrechtZaaknummer
AWB - 18 _ 5699
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2019:6261