ECLI:NL:RBDHA:2019:6262, Rechtbank Den Haag, 27-05-2019, AWB - 18 _ 5291 — RBDHA:2019:6262
Samenvatting
Eiser is huurder van de woning. In geschil is de WOZ-waarde van de woning. De rechtbank heeft de zogenoemde derde partij, de verhuurder van de woning, uitgenodigd om deel te nemen aan de onderhavige procedure. Derde belanghebbende heeft zich echter niet als partij gesteld. De rechtbank oordeelt dat er een leemte in de rechtsbescherming is nu er in de Algemene wet rijksbelastingen geen bepaling is opgenomen vergelijkbaar met artikel 8:26 Algemene wet bestuursrecht (Awb) en oordeelt dat artikel 8:26 Awb van overeenkomstige toepassing dient te zijn op deze procedure. het ligt op de weg van verweerder om derde belanghebbende in de gelegenheid te stellen zich over het geschil uit te laten. Aangezien derde belanghebbende de mogelijkheid is geboden als procespartij deel te nemen aan het geding verbindt de rechtbank hieraan geen verdere gevolgen.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBNHO:2026:94, Rechtbank Noord-Holland, 07-01-2026, 11678586
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:RBOVE:2019:4827, Rechtbank Overijssel, 20-12-2019, ak_18 _ 2327
Rechtbank Overijssel · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:RBMNE:2019:5008, Rechtbank Midden-Nederland, 24-10-2019, UTR 18/2890
Rechtbank Midden-Nederland · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:RBDHA:2019:6261, Rechtbank Den Haag, 27-05-2019, AWB - 18 _ 5699
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Belastingrecht
Gegevens
Datum uitspraak
27 mei 2019
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; BelastingrechtZaaknummer
AWB - 18 _ 5291
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2019:6262