Juristi.nl

ECLI:NL:RBDHA:2019:7934, Rechtbank Den Haag, 30-07-2019, C/09/574970 / FA RK 19-4304 MK — RBDHA:2019:7934

Samenvatting

Verzoek tot terugeleiding afgewezen. De rechtbank is van oordeel dat de vader op het moment van overbrenging van het kind naar Nederland zijn gezagsrecht niet daadwerkelijk uitoefende. Vanaf 2013 heeft de vader geen actieve rol meer in het leven van het kind en er is ook geen frequent en structureel contact tussen de vader en het kind terwijl de ouders op geen enkele wijze overleg over het kind hebben. Dat de vader zich het belang van het kind aantrekt is pas komen vast te staan door het handelen van de vader nadat de moeder het kind heeft overgebracht naar Nederland. Ook indien de overbrenging van het kind niet zou hebben plaatsgevonden zou de vader zijn gezag niet hebben uitgeoefend.

Betrokken advocaten

mr. A.H. van Haga

belanghebbende

ScheerSanders Advocaten, 'S-GRAVENHAGE

mr. I.W.E. Lansen

belanghebbende

ScheerSanders Advocaten, 'S-GRAVENHAGE

mr. J. Mulder te Rotterdam

belanghebbende

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

30 juli 2019

Zaaknummer

C/09/574970 / FA RK 19-4304 MK

Procedure

Beschikking

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2019:7934

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBDHA:2026:5899
Rechtbank Den Haag·24 mrt 2026
Civiel Recht; Personen- En Familierecht
RBDHA:2026:5859
Rechtbank Den Haag·10 mrt 2026
Civiel Recht; Personen- En Familierecht
RBDHA:2026:5858
Rechtbank Den Haag·10 mrt 2026
Civiel Recht; Personen- En Familierecht
RBDHA:2026:5860
Rechtbank Den Haag·10 mrt 2026
Civiel Recht; Personen- En Familierecht
RBDHA:2026:5861
Rechtbank Den Haag·10 mrt 2026
Civiel Recht; Personen- En Familierecht