ECLI:NL:RBDHA:2020:9677, Rechtbank Den Haag, 02-10-2020, NL19.5430 — RBDHA:2020:9677
Samenvatting
Verweerder acht de verklaringen van eiser over zijn gestelde identiteit en herkomst uit het noorden van Sri Lanka niet geloofwaardig. Uit controle op basis van biometrisch onderzoek in EU-vis blijkt dat de Zwitserse vertegenwoordiging in Sri Lanka aan eiser een Schengenvisum heeft afgegeven. Uit EU-vis blijkt ook dat aan deze visumafgifte een Sri Lankaans paspoort ten grondslag ligt op een andere naam dan de naam die eiser bij zijn asielaanvraag in Nederland heeft opgegeven. Eiser heeft dit paspoort met het daarin afgegeven visum tijdens zijn vliegreis naar Europa gebruikt, maar niet overgelegd. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State mag verweerder in beginsel uitgaan van de juistheid van de informatie in EU-vis. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt stelt dat eiser er, met zijn verklaringen over het (gesteld (ver)vals(t)e) paspoort alsook het visum waarmee hij is gereisd, niet in is geslaagd aan te tonen dat de informatie in EU-vis onjuist is. Dit geldt ook voor de overgelegde documenten ter onderbouwing van zijn gestelde identiteit, waaronder een echt bevonden Sri Lankaanse nationale identiteitskaart, waarvan de bevoegde opmaak en afgifte en de inhoudelijke juistheid niet vaststaan. Verweerder heeft zich dan ook terecht op de informatie in EU-vis gebaseerd en zich gelet op die informatie niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiser zijn identiteit en herkomst (uit het noorden van Sri Lanka) niet aannemelijk heeft gemaakt.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:1894, Rechtbank Den Haag, 04-02-2026, NL25.24843
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1876, Rechtbank Den Haag, 04-02-2026, NL24.34432
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1285, Rechtbank Den Haag, 27-01-2026, NL25.27551
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1436, Rechtbank Den Haag, 27-01-2026, NL26.1250
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
2 oktober 2020
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL19.5430
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2020:9677