Rechter verlengt schorsing dwangsom Defensie tot september 2021 — RBDHA:2021:4877
bestuursrecht / last onder dwangsom / voorlopige voorziening / Defensie / havenvergunning
Eiser / verzoeker
Commandeur (objectvergunninghouder Nieuwe Haven) en de Staatssecretaris van Defensie
Verweerder / gedaagde
Minister van Infrastructuur en Waterstaat
De voorzieningenrechter verlengt de schorsing van het bestreden besluit en de last onder dwangsom tot 1 september 2021.
- De voorzieningenrechter verlengt de eerder getroffen schorsing van het bestreden besluit en de last onder dwangsom tot 1 september 2021.
- Beide partijen verzochten gezamenlijk om aanhouding van de bodemzaak en verlenging van de schorsing omdat overleg over afspraken meer tijd vergt.
- De verlenging van de voorlopige voorziening sluit aan bij de aanhouding van de bodemprocedure tot 1 september 2021.
- Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Samenvatting
De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag heeft een eerder opgelegde schorsing van een besluit van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat verlengd. Het gaat om een geschil tussen Defensie en de minister over de Nieuwe Haven, waarbij een last onder dwangsom in het geding is.
In de zaak staan twee verzoekers tegenover de minister: een commandeur die objectvergunninghouder is van de Nieuwe Haven, en de Staatssecretaris van Defensie. De minister had eerder een besluit genomen waarover Defensie bezwaar maakte, wat uiteindelijk leidde tot een procedure bij de rechter. In november 2020 schorste de voorzieningenrechter al het bestreden besluit en het primaire besluit — een last onder dwangsom — tot 1 mei 2021.
Kort voor het aflopen van die termijn lieten beide partijen de rechtbank weten dat zij nog in overleg zijn en meer tijd nodig hebben om hun afspraken verder uit te werken. In een brief van 16 april 2021, ondertekend namens Defensie, vroegen zij de bodemzaak aan te houden tot 1 september 2021 en de schorsing van de dwangsom te laten voortduren.
De voorzieningenrechter volgde dit verzoek. Omdat de bodemprocedure zelf ook is opgeschort tot 1 september 2021, achtte de rechter het logisch en wenselijk om de schorsing van het bestreden besluit en de onderliggende last onder dwangsom gelijk daarmee te verlengen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. De schorsing van het bestreden besluit en de last onder dwangsom is daarmee verlengd tot 1 september 2021.
Betrokken advocaten
mr. P.C. Cup
verweerder
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBNNE:2026:101, Rechtbank Noord-Nederland, 16-01-2026, LEE 25/1971
Rechtbank Noord-Nederland · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBNNE:2026:81, Rechtbank Noord-Nederland, 15-01-2026, LEE 25/989
Rechtbank Noord-Nederland · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBNHO:2025:8382, Rechtbank Noord-Holland, 24-07-2025, HAA 22_5815
Rechtbank Noord-Holland · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RBNHO:2025:8381, Rechtbank Noord-Holland, 24-07-2025, HAA 22_6130
Rechtbank Noord-Holland · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
30 april 2021
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; OmgevingsrechtZaaknummer
AWB - 20 _ 4241
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2021:4877