ECLI:NL:RBDHA:2021:5593, Rechtbank Den Haag, 04-05-2021, C/09/610910 / KG RK 21-455 — RBDHA:2021:5593
Samenvatting
Toewijzing wrakingsverzoek. De wrakingskamer is ervan overtuigd dat de rechter-commissaris, mede gelet op hetgeen zij in haar reactie op het wrakingsverzoek heeft verwoord, bij haar handelwijze de bescherming van de kwetsbare getuige voor ogen had en niet de opzet had de verdediging te passeren. Dit neemt echter niet weg dat de rechter-commissaris geen toepassing heeft gegeven aan het beginsel van hoor en wederhoor, door (de raadsvrouw van) verzoeker geen gelegenheid te bieden om zich uit te laten over haar voornemen om terug te komen op haar beslissing én daarbij het e-mailbericht van de officier van justitie over te leggen. Dat had, gelet op de aard van de getuige en daarmee het belang van de verdediging en gelet op het feit dat het verzoek eerder reeds was toegewezen, in de rede gelegen. Gelet op de in de beslissing genoemde omstandigheden levert voornoemde schending van het beginsel van hoor en wederhoor een zwaarwegende aanwijzing op voor (objectief gerechtvaardigde) schijn van vooringenomenheid van de rechter-commissaris. Dit leidt ertoe dat het verzoek tot wraking zal worden toegewezen.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:19382, Rechtbank Den Haag, 20-10-2025, C/09/691963 / KG RK 25-1288
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:RBDHA:2024:11733, Rechtbank Den Haag, 25-07-2024, 10878464 RL EXPL 24-607
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:GHDHA:2022:2513, Gerechtshof Den Haag, 16-12-2022, 2200084418
Gerechtshof Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:GHDHA:2022:2514, Gerechtshof Den Haag, 16-12-2022, 2200106818
Gerechtshof Den Haag · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
4 mei 2021
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
C/09/610910 / KG RK 21-455
Procedure
Wraking
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2021:5593