ECLI:NL:RBDHA:2022:12584, Rechtbank Den Haag, 11-07-2022, C/09/630350 / KG RK 22-691 — RBDHA:2022:12584
Samenvatting
Verzoeker niet-ontvankelijk in verzoek tot wraking. Vier werkdagen na de zitting heeft verzoeker gewraakt en de gegeven verklaring hiervoor is onvoldoende. Ten overvloede: een uitspraak die volgens verzoeker door de rechter zou zijn gedaan is ook aan het wrakingsverzoek ten grondslag gelegd, maar onvoldoende is komen vast te staan dat de rechter een andere opmerking zou hebben gemaakt dan hoe deze in het proces-verbaal van de zitting is vermeld. De opmerking zoals deze in het proces-verbaal van de zitting is vermeld geeft geen blijk van vooringenomenheid en zou daarom niet hebben kunnen leiden tot toewijzing.
Betrokken advocaten
mr. D. Jongsma
verzoeker
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:6278, Rechtbank Den Haag, 19-03-2026, 11646693 \ CV EXPL 25-1166
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:RBAMS:2026:2670, Rechtbank Amsterdam, 18-03-2026, C/13/771220 / HA ZA 25-1199
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBDHA:2026:5698, Rechtbank Den Haag, 18-03-2026, C/09/679836 / HA ZA 25-138
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:5732, Rechtbank Den Haag, 11-03-2026, C/09/688587 / HA ZA 25-630
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
11 juli 2022
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
C/09/630350 / KG RK 22-691
Procedure
Wraking
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2022:12584