ECLI:NL:RBDHA:2022:2058, Rechtbank Den Haag, 11-03-2022, C/09/623959 / KG ZA 22-40 — RBDHA:2022:2058
Samenvatting
Kort geding; overheidsaansprakelijkheid; de Staat hoeft eiser, zijn gezin en zijn bejaarde (Nederlandse) moeder niet vanuit Afghanistan over te brengen naar Nederland. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij er op grond van de gevoerde correspondentie op mocht vertrouwen dat hij en zijn gezin voor overbrenging naar Nederland in aanmerking kwamen. Aan eiser is geen bindende toezegging gedaan en hij wist of had moeten weten dat hij niet behoorde tot de categorieën personen (Nederlanders dan wel banden met de Nederlandse regering) die voor overbrenging naar Nederland in aanmerking kwamen. Voor de moeder geldt dat zij uiteraard mag terugkeren naar Nederland. Zij kan hierbij niet eisen dat haar zoon met haar mee mag reizen.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2024:139, Rechtbank Den Haag, 10-01-2024, 23/814
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBDHA:2022:7963, Rechtbank Den Haag, 03-08-2022, C/09/629752 / KG ZA 22/437
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:GHDHA:2022:1248, Gerechtshof Den Haag, 12-07-2022, 200.287.502/01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:RBDHA:2021:12781, Rechtbank Den Haag, 24-11-2021, C-09-594910-HA ZA 20-600
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
11 maart 2022
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Civiel Recht; VerbintenissenrechtZaaknummer
C/09/623959 / KG ZA 22-40
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2022:2058