Juristi.nl
ECLI:NL:RBDHA:2022:2058Civiel Recht; Verbintenissenrecht

ECLI:NL:RBDHA:2022:2058, Rechtbank Den Haag, 11-03-2022, C/09/623959 / KG ZA 22-40 — RBDHA:2022:2058

Samenvatting

Kort geding; overheidsaansprakelijkheid; de Staat hoeft eiser, zijn gezin en zijn bejaarde (Nederlandse) moeder niet vanuit Afghanistan over te brengen naar Nederland. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij er op grond van de gevoerde correspondentie op mocht vertrouwen dat hij en zijn gezin voor overbrenging naar Nederland in aanmerking kwamen. Aan eiser is geen bindende toezegging gedaan en hij wist of had moeten weten dat hij niet behoorde tot de categorieën personen (Nederlanders dan wel banden met de Nederlandse regering) die voor overbrenging naar Nederland in aanmerking kwamen. Voor de moeder geldt dat zij uiteraard mag terugkeren naar Nederland. Zij kan hierbij niet eisen dat haar zoon met haar mee mag reizen.

Betrokken advocaten

mr. S. Oukil

eiser

Pieters Advocaten, UTRECHT

mr. M.M. van Asperen

eiser

Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn, 'S-GRAVENHAGE

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

11 maart 2022

Zaaknummer

C/09/623959 / KG ZA 22-40

Procedure

Kort geding

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2022:2058

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Inter-Psy wint kort geding over omzetplafond Zilveren Kruis
Rechtbank Den Haag·26 maart 2026
Civiel Recht; Verbintenissenrecht
RBDHA:2026:6018
Rechtbank Den Haag·19 maart 2026
Civiel Recht; Verbintenissenrecht
RBDHA:2026:6019
Rechtbank Den Haag·18 maart 2026
Civiel Recht; Verbintenissenrecht
RBDHA:2026:5733
Rechtbank Den Haag·18 maart 2026
Civiel Recht; Verbintenissenrecht
RBDHA:2026:5742
Rechtbank Den Haag·18 maart 2026
Civiel Recht; Verbintenissenrecht