ECLI:NL:RBDHA:2022:737, Rechtbank Den Haag, 02-02-2022, AWB 21/5691 — RBDHA:2022:737
Samenvatting
Bij bestreden besluit heeft verweerder de verblijfsvergunning voor het doel ‘verblijf als familie- of gezinslid’ ingetrokken, de aanvraag tot verlenging van de verblijfsvergunning afgewezen en eiseres een inreisverbod opgelegd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich onvoldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat er aan de overgelegde getuigenverklaringen niet de waarde toegekend kan worden die eiseres eraan wenst te hechten. Daarnaast heeft verweerder de hoorplicht geschonden. Het beroep is daarom gegrond. De rechtbank ziet evenwel aanleiding om de rechtsgevolgen in stand te laten.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:1004, Rechtbank Den Haag, 19-01-2026, NL25.64098
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:855, Rechtbank Den Haag, 13-01-2026, NL25.63454
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:503, Rechtbank Den Haag, 13-01-2026, NL26.292
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:799, Rechtbank Den Haag, 06-01-2026, NL25.63066
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
2 februari 2022
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
AWB 21/5691
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2022:737